Enigszins geruisloos, bijna heimelijk, is op 1 januari jl. een wijziging van de Wet op de Lijkbezorging doorgevoerd die inhoudt dat een behandelend arts in het geval van het overlijden van een minderjarige bij lijkschouwing altijd eerst moet overleggen met een gemeentelijk lijkschouwer alvorens een verklaring van natuurlijk overlijden kan worden afgegeven, dus ook als duidelijk sprake is van een natuurlijke dood.
Deze meldingsplicht loopt vooruit op het invoeren van een zogenaamde NODO-procedure die moet voorzien in zorgvuldig vervolgonderzoek in gevallen waarin een minderjarige komt te overlijden en de doodsoorzaak niet voldoende verklaard kan worden. De bedoeling is dat speciaal daartoe opgeleide NODO-teams onder leiding van een NODO-forensisch geneeskundige kan voorkomen dat een dergelijk onverklaard overlijden een onnodig justitieel vervolg krijgt terwijl het doel tevens is dat kindermishandeling als oorzaak van overlijden eerder onderkend wordt.
Deze NODO-procedure is echter nog niet ingevoerd; de NODO-teams zijn nog niet geformeerd noch geschoold. Een wijziging op de Wet op de Lijkbezorging is echter wel doorgevoerd waardoor iedere arts bij ieder overlijden van een minderjarige verplicht is te overleggen met een gemeentelijk lijkschouwer.
Voor kinderartsen, huisartsen en alle andere artsen die bij het overlijden van een kind betrokken zijn, is derhalve vanaf 1 januari 2010 het overleg met de gemeentelijk lijkschouwer verplicht!


De (beperkte) geheimhoudingsplicht van de arbeidsdeskundige
Binnen de beroepsgroep van arbeidsdeskundigen leeft momenteel erg de discussie over aard en omvang van de geheimhoudingsverplichting van de arbeidsdeskundige. Deze actualiteit is mede ingegeven door een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens van oktober 2008, getiteld "Arbodiensten en het medisch beroepsgeheim". In deze memo volgen - na een korte uiteenzetting van de regelgeving - enige praktische handreikingen voor de arbeidsdeskundie om in de praktijk van alledag zijn werk te kunnen verrichten. Daarbij zij op voorhand aangetekend dat sluitende richtlijnen op dit punt niet zijn te geven, omdat het er, zoals zal blijken, steeds om gaat dat de arbeidsdeskundige zelf moet beoordelen of, en in hoeverre, het verstrekken van de gegevens noodzakelijk is de uitvoering van de gegeven opdracht.


LUMC hoeft wegens verschoningsrecht geen medische gegevens aan OM te verstrekken
Kern van de uitspraak van de Hoge Raad van 26 mei jl. is dat het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) zich met een beroep op het aan de arts toekomend verschoningsrecht kan verzetten tegen het verstrekken van medische gegevens aan het openbaar ministerie in een strafrechtelijk onderzoek naar de dood van een baby die in het LUMC is opgenomen geweest, ook al hadden de ouders van die baby toestemming gegeven voor het overhandigen van die medische gegevens aan het openbaar ministerie. 


Voordeelsverrekening ex art. 6:100 BW van uitkering uit hoofde van particuliere AOV bij letselschade

De hoven van Amsterdam en Arnhem hebben op dezelfde dag -4 november 2008- arrest gewezen over de verekening van een uitkering uit hoofde van een particuliere arbeidsongeschikheidsverzekering bij letselschade. Hof Arnhem grijpt de door de wetgever geschapen mogelijkheid om dergelijke uitkeringen bij wijze van opgekomen voordeel te verrekenen met beide handen aan, waarbij het in het midden laat wat het karakter van de desbetreffende arbeidsongeschiktheidsverzekering is. Daarmee gaat het hof dus voorbij aan het onder het oude recht geldende uitgangspunt dat alleen uiterkingen uit hoofde van een schadeverzekering de schade doen verminderen en in zoverre de aanspraak van het slachtoffer op de aanpsrakelijke teniet doen.


Gynaecoloog niet aansprakelijk voor verlamming na operatie
Bij operatie door gynaecoloog loopt benadeelde beschadiging van nervus femoralis (dijbeenzenuw) op, wat leidt tot verlammingsverschijnselen aan rechterbeen. Het Hof achtte het ziekenhuis en de arts bijgestaan door Mr O.L. (Oswald) Nunes van KBS-Advocaten, niet aansprakelijk. Het Hof oordeelde dat de bewijslast van feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat de arts niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend specialist mag worden verwacht, rust op benadeelde. Benadeelde heeft gesteld dat de arts zich kennelijk niet bewust is geweest van de aanwezige risico's, en de bladen van de wondspreider te weinig frequent heeft verplaatst. Uit het deskundigenbericht is dit niet gebleken. De Hoge Raad verwerpt in zijn arrest van 15 mei jl. het tegen dit oordeel ingestelde cassatieberoep, waarin onder meer werd gesteld dat het operatieteam te mager bezet was. Het arrest is via deze link te raadplegen
.


Ziekenhuis niet aansprakelijk voor knappen hechtdraad  


KBS in top 10 van gezondheidsrechtadvocaten
Het tijdschrift Mednet heeft evenals voorgaande jaren recent een overzicht opgesteld van de top van de gezondheidsrechtadvocatuur.

 

print