Aansprakelijk voor onrechtmatige gedragingen medevennoot

27-05-2011

Artikel 18 Wetboek van Koophandel bepaalt dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor verbintenissen die namens de vennootschap onder firma zijn aangegaan. Recent heeft het Gerechtshof Arnhem geoordeeld dat deze hoofdelijke aansprakelijkheid zich ook kan uitstrekken tot onrechtmatige gedragingen van een vennoot, waarvan de medevennoot niet op de hoogte was.

 

In deze zaak ging het om een vennoot die zonder zijn medevennoot daarin te betrekken of daarvan in kennis te stellen, een valse arbeidsovereenkomst had ondertekend en een valse werkgeversverklaring van een bedrijfsstempel van de VOF had voorzien. Daarnaast had de vennoot valse loonstortingen gedaan vanaf de bankrekening van de VOF. Dit op verzoek van een derde die zijn hypothecaire geldlening wilde oversluiten en verhogen. Nadat de bank op de hoogte kwam van de gepleegde valsheid in geschrifte, volgde executieverkoop van de woning. Uiteindelijk werden ook de VOF en beide vennoten aansprakelijk gehouden voor de geleden schade.

 

Naar het oordeel van het hof moeten de onrechtmatige gedragingen van de “schuldige” vennoot in het maatschappelijk verkeer als gedragingen van de vennootschap worden aangemerkt. Het hof acht daarvoor redengevend dat deze vennoot uitsluitend in zijn hoedanigheid van vennoot van de VOF –en dus niet als privépersoon- de (valse) schijn kon wekken van het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen de persoon in kwestie en de VOF. Uitsluitend omdat hij vennoot was had zijn handtekening onder de arbeidsovereenkomst bewijswaarde ten opzichte van derden. Ook kan hij als vennoot beschikken over het bedrijfsstempel en de rekening van de VOF waarvan de valse loonstortingen zijn gedaan.

 

Volgens het hof heeft de omstandigheid dat beide vennoten een VOF uitoefenen en de schuldige vennoot namens de VOF naar buiten toe optreedt, de kans op het toebrengen van de ontstane schade vergroot. Het gegeven dat de medevennoot zelf niet bij de handelingen betrokken was, noch daarvan in kennis was gesteld doet daar niet aan af. Deze omstandigheid is slechts van belang bij de verdeling van de onderlinge draagplicht tussen beide vennoten.

 

Uit deze uitspraak is op te maken dat het wettelijke stelsel van de hoofdelijke aansprakelijkheid van vennoten er toe kan leiden dat ook een volstrekt onschuldige vennoot aansprakelijk kan worden gehouden voor de onrechtmatige gedragingen van zijn medevennoot. Wel heeft deze vennoot dan de mogelijkheid verhaal te halen op de schuldige vennoot. In deze zaak ligt dit voor de hand.

 

Voor de gehele uitspraak zie Gerechtshof Arnhem, 15 maart 2011, LJN: BP9082.

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845