Aansprakelijkheid voor fraude met tankpassen

31-07-2008

Een paar jaar geleden zijn meerdere transportmaatschappijen slachtoffer geworden van tankfraude. Door – veelal georganiseerde – bendes werden tankpassen gekopieerd en de pincodes werden heimelijk ontfutseld van de chauffeurs. De oliemaatschappijen stelden zich in de meeste gevallen op het standpunt, dat een dergelijke fraude voor rekening en risico van de transporteur kwam. Sommige transportbedrijven zijn daarvoor niet gezwicht en hebben geprocedeerd.

 

Inmiddels worden uitspraken gepubliceerd van procedures, die thans zijn afgerond. Er blijkt een groot verschil in juridische benadering te zijn tussen de rechtbank Rotterdam en de rechtbank Amsterdam. Eind vorig jaar en begin dit jaar hebben opnieuw zich een aantal forse tankfraudezaken voorgedaan, zodat de huidige jurisprudentie actueel wordt.


Een paar jaar geleden zijn meerdere transportmaatschappijen slachtoffer geworden van tankfraude. Door bendes werden tankpassen gekopieerd en de codes van de chauffeurs werden heimelijk ontfutseld. Daarmee werden in soms een enkele nacht bij onbemande tankstations in zowel Nederland als in België en Duitsland vele tienduizenden euro’s getankt (in meerdere gevallen oplopend tot meer dan € 100.000,=), waarvoor de transporteurs door de oliemaatschappijen werden gefactureerd. De oliemaatschappijen stelden zich in de meeste gevallen op het standpunt dat een dergelijke fraude voor rekening en risico van de transporteur komt en sommige transportbedrijven zijn daarvoor gezwicht. Eind 2007/begin 2008 hebben zich opnieuw forse tankfraudes voorgedaan. Het is derhalve van belang te weten hoe de tankfraudezaken in het verleden zijn afgewikkeld.
 

Enkele transportbedrijven weigerden te betalen voor dieselolie, die zij nooit hebben ontvangen. Daarover is geprocedeerd door KBS Advocaten en is de eerste principiële uitspraak door de Rechtbank Rotterdam op 8 november 2006 gewezen. De rechtbank heeft de vordering van de ESSO volledig afgewezen (NJF 2007/79). De rechtbank is van mening dat de oliemaatschappij het tankpassysteem had moeten aanpassen nadat de diverse vormen van fraude bekend waren geworden. Doordat de oliemaatschappij geen maatregelen had getroffen en evenmin de pashouders deugdelijk had gewaarschuwd, dienen de gevolgen van de fraude voor rekening en risico van de oliemaatschappij te komen. Ook een beroep op de algemene voorwaarden door de oliemaatschappij werd door de rechtbank afgewezen. In een van die bepalingen had de oliemaatschappij iedere verantwoordelijk voor misbruik van de pas uitgesloten, hetgeen in feite betekent dat de pashouder voor fraude aansprakelijk is. De rechtbank achtte een beroep op die clausule op grond van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.


In een uitspraak d.d. 13 februari 2008 van de Rechtbank Rotterdam (LJN: BC6330) is de Rechtbank Rotterdam nog verder gegaan door te oordelen, dat de transportmaatschappij slechts aansprakelijk is voor het gebruik van de tankpas, die door de oliemaatschappij is verstrekt en dus niet de gefraudeerde tankpas. De oliemaatschappij dient voor een afdoende beveiligd systeem zorg te dragen, dat derden geen gebruik kunnen maken van een duplicaat van de originele tankpas, aldus de visie van de Rechtbank Rotterdam in een zaak tegen Kuwait Petroleum.
 

 

Mr. Jim Kluyver

jr.kluyver@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868