Beoordelingsvrijheid burgerlijke rechter bij beroep op noodweer in strafzaak

11-05-2015

Recent heeft de Hoge Raad bevestigd dat de burgerlijke rechter niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter over een beroep op noodweer.

 

In de zaak die bij de Hoge Raad voorlag had een automobilist in de strafzaak een geslaagd beroep op noodweer gedaan. De automobilist betoogde voor de burgerlijke rechter (waar de aansprakelijkheidsvraag onderwerp van geschil was) dat deze het oordeel van de strafrechter diende te volgen. Dit betoog slaagt volgens de Hoge Raad niet.

 

De Hoge Raad overwoog dat de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt (art. 152 lid 2 Rv). Art. 161 Rv bevat een dergelijke bepaling: een op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, levert dwingend bewijs op van dat feit. Het oordeel van de strafrechter dat een beroep op noodweer slaagt, wordt echter niet door art. 161 Rv bestreken. Dat oordeel maakt immers geen deel uit van de bewezenverklaring. Het heeft betrekking op de strafbaarheid van de verdachte (art. 350 Sv).

 

Hieruit volgt dat de aanvaarding (maar dus ook de afwijzing) van een beroep op noodweer door de strafrechter de vrijheid in de bewijswaardering van de burgerlijke rechter onverlet laat.

 

Het arrest is overigens ook op een ander onderdeel van belang voor de aansprakelijkheidspraktijk. De Hoge Raad heeft namelijk - in afwijking van eerdere rechtspraak - geoordeeld dat wanneer een verklaring voor recht wordt gevorderd dat aansprakelijkheid bestaat voor schade, de rechter ervan uit dient te gaan dat de eisende partij hierbij belang heeft als de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Dit geldt ook als niet tevens een veroordeling tot betaling van schadevergoeding of een verwijzing naar de schadestaatprocedure is gevorderd.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Marjolijn Gregoor

ma.gregoor@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 813