Berisping voor arts die rituele besnijdenissen in AZC verrichtte

20-02-2018

Een arts verricht in een asielzoekerscentrum op verzoek van ouders zes rituele besnijdenissen. Bij twee daarvan treden ernstige complicaties op. Het tuchtcollege legt de arts een berisping op.

 

De arts voert bij zes minderjarige jongetjes, op verzoek van de ouders, (religieuze) besnijdenissen in woon-/slaapkamers van een AZC uit. Deze niet-therapeutische circumcisies zijn kleine chirurgische ingrepen zonder medische noodzaak. De arts legt geen dossier aan over de uitgevoerde ingrepen en draagt ook geen medische informatie over aan het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA).

 

Een uur na de besnijdenis wordt één van de patiëntjes ziek en plast bloed. Omdat de moeder geen contact krijgt met de arts, neemt zij contact op met het GCA. Het patiëntje wordt overgebracht naar het ziekenhuis. De volgende dag roept het GCA alle zes patiëntjes op voor controle. Tijdens dat spreekuur moet één patiëntje braken. Hij wordt per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het GCA doet diezelfde dag melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (i.o.) over de uitgevoerde besnijdenissen door de arts. Ook is melding gedaan bij het Openbaar Ministerie, dat strafrechtelijk onderzoek loopt nog.

 

De Inspectie diende een tuchtklacht in en verwijt de arts dat hij:

 

1. de patiëntjes en hun ouders onvoldoende heeft voorgelicht over de ingreep, de mogelijke complicaties en de nazorg, waardoor de ingreep is verricht zonder informed consent;
2. niet de vereiste hygiëne in acht heeft genomen en daarmee de patiëntjes onnodig heeft blootgesteld aan de gevaren van een infectie;
3. twee besnijdenissen niet lege artis heeft uitgevoerd;
4. heeft nagelaten passende nazorg te bieden;
5. geen dossiervoering conform de professionele standaard heeft gevoerd.

 

Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle (RTG) verklaart klachtonderdelen 1, 2, 4 en 5 gegrond. Het is niet komen vast te staan dat de arts de besnijdenissen niet volgens de regels der kunst heeft uitgevoerd, aldus het RTG.

Het RTG verwijst verder naar de opvatting in het KNMG-standpunt ‘Niet-therapeutische circumcisie bij minderjarige jongens’  dat het feit dat het om een medisch niet-noodzakelijke ingreep gaat met een reële kans op complicaties, extra hoge eisen stelt aan de voorlichting die aan de ouders moet worden gegeven. De arts mocht er naar het oordeel van het RTG niet op vertrouwen dat die toestemming automatisch werd gegeven en dat de medische aspecten van de ingreep volledig bekend waren, omdat (jongens)besnijdenis in de betrokken culturen gangbaar is.

 

Het RTG oordeelt dat de arts aanzienlijk tekort is geschoten door onvoldoende hygiënemaatregelen te treffen, geen dan wel onvoldoende informatie te verstrekken aan de ouders, geen nazorg te bieden en geen medisch dossier bij te houden. Gelet op de ernst van het tekortschieten legt het RTG de arts een berisping op.

 

Mr. ChiChi de Haan

cim.dehaan@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 821