Bevestiging norm informed consent: geen toestemming? Niet overgaan tot nadere ingrepen

05-04-2018

Het Regionaal Tuchtcollege bevestigt de norm dat zonder toestemming van een patiƫnt niet tot een nadere (ingrijpende) behandeling mag worden overgegaan, tenzij sprake is van een noodsituatie.

 

In de zaak waar het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam zich over boog, heeft een gynaecoloog (verweerder) bij een patiënte (klaagster) niet alleen preventief de baarmoeder verwijderd (waarvoor informed consent was gegeven) maar ook een gedeelte van de vagina in verband met een aangetroffen stenose (waarvoor geen informed consent was gegeven).

 

Patiënte is DES-dochter en stond sinds 2001 onder controle en behandeling van een gynaecoloog. In 2013 is tijdens een poliklinisch consult -in overleg met patiënte- besloten om preventief over te gaan tot laparoscopisch geassisteerde vaginale uterusextirpatie (baarmoederverwijdering). Tijdens dat polikliekbezoek is niet gesproken over het verwijderen van een deel van de vagina. Op 4 december 2013 is de operatie verricht. De operatie is ingeleid door zorgverlener ‘X’. Nadat patiënte onder narcose was gebracht voor de operatie, bleek het vanwege een stenose (een vernauwing van de vagina) niet mogelijk om bij patiënte een uterusmanipulator langs vaginale weg in de uterusholte in te brengen. Deze stenose was niet eerder bekend. ‘X’ heeft toen de assistentie van de gynaecoloog ingeroepen. De gynaecoloog heeft de operatie overgenomen. Bij de operatie door de gynaecoloog is vervolgens niet alleen de baarmoeder van patiënte verwijderd, maar ook een gedeelte van haar vagina achter de stenose.

 

Patiënte verwijt de gynaecoloog onder meer dat onnodig en zonder toestemming is overgaan tot verwijdering van (een deel van) haar vagina. De gynaecoloog stelt dat het verwijderen van het betreffende gedeelte achter de stenose een essentieel onderdeel vormde van de met patiënte besproken behandeling. Volgens de gynaecoloog werd het belang van patiënte dan ook het best gediend door naast de baarmoeder ook het achter de stenose gelegen deel te verwijderen.

 

Het Regionaal Tuchtcollege (RTC) is van oordeel dat de door de gynaecoloog genoemde redenen in de gegeven omstandigheden onvoldoende grond vormden om zonder informed consent van patiënte tot verwijdering van betreffende gedeelte achter de stenose over te kunnen gaan. Van belang acht het RTC dat sprake was van een preventieve ingreep, dus geen ingreep die om medische redenen niet kon worden uitgesteld. Het is het RTC niet gebleken dat op het moment van de ontdekking van de stenose de operatie niet meer kon worden afgebroken om patiënte later op een daarvoor geschikt moment te informeren over de aangetroffen anatomie en ook haar toestemming te vragen voor verwijdering het betreffende gedeelte.

Het zonder medische noodzaak zonder informed consent tot verwijdering van het betreffende gedeelte over te gaan acht het RTC tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder meende dat het belang van patiënte met de ingreep werd gediend, maakt dat niet anders. Het RTC overweegt dat dit onverlet laat dat het niet aan de gynaecoloog, maar aan patiënte was om te beslissen of zij in de gegeven omstandigheden instemde met verwijdering van dit betreffende gedeelte.

 

Nu de gynaecoloog zonder informed consent tot verwijdering van een deel van de vagina van patiënte is overgegaan (en overigens ook geen inzicht heeft getoond in de daarmee jegens patiënte gemaakte fout), wordt de gynaecoloog door het RTC berispt.

 

Mr. ChiChi de Haan

cim.dehaan@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 821