Bevoegdheidsbeperkende maatregelen: half werk?

16-05-2018

Welke mogelijkheden heeft de medische tuchtrechter om een zorgverlener een bevoegdheidsbeperkende maatregel op te leggen?

 

Het wettelijk tuchtrecht geeft de medische tuchtrechter in het geval van een gegronde klacht de verplichting om een BIG-geregistreerde zorgverlener een maatregel op te leggen.

De maatregelen die kunnen worden opgelegd zijn:

  • waarschuwing
  • berisping
  • geldboete van ten hoogste € 4.500,--
  • schorsing van de inschrijving in het BIG-register voor ten hoogste 1 jaar
  • gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid, in het register ingeschreven staande, het betrokken beroep uit te oefenen
  • doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.

 

Hierbij geldt dat een geldboete en een schorsing gezamenlijk kunnen worden opgelegd. Een schorsing van de inschrijving kan voorwaardelijk worden opgelegd met een proeftijd van ten hoogste 2 jaar.

 

De in de jurisprudentie ontwikkelde variant van gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel wordt tegenwoordig nog zelden gehanteerd.

 

In de zaak die hier aan de orde is werd een tandarts die een orthodontische behandeling bij een 16-jarige patiënt had ingezet een bevoegdheidsbeperkende maatregel opgelegd. Het tuchtcollege stelde vast dat de door de tandarts ingezette behandeling niet tot een correctie van de aanwezige skelettale discrepantie had kunnen leiden, dat de behandeling onjuist is toegepast en dat de tandarts zijn informatieplicht en dossierplicht had geschonden. Het betrof hier volgens het tuchtcollege een ingewikkelde casus, waarbij het vereiste inzicht bij de tandarts ontbrak en nog altijd ontbreekt. De tandarts had onjuiste, niet vakinhoudelijke overwegingen gehanteerd bij zijn afweging voor de toe te passen behandeling. Omdat de tandarts op de zitting geen enkel inzicht had getoond in zijn handelen was het tuchtcollege er onvoldoende zeker van dat deze in de toekomst het vak orthodontie op bekwame wijze zou uitoefenen. Het tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en ontzegt de tandarts de bevoegdheid om het beroep van tandarts uit te oefenen voor zover het de orthodontie betreft.

 

De maatregel van gedeeltelijke ontzegging biedt de tuchtrechter de mogelijkheid om beperkingen in de beroepsuitoefening aan te brengen. Zo laat de jurisprudentie gevallen zien van een huisarts die de bevoegdheid werd ontzegd om als huisarts werkzaam te zijn en een cardioloog die de bevoegdheid werd ontzegd om als cardioloog werkzaam te zijn, beiden vanwege ernstige misslagen. Ook mocht een verpleegkundige het verpleegkundig beroep niet meer uitoefenen ten aanzien van kinderen/minderjarigen vanwege het bekijken van kinderporno. Verder werd een huisarts vanwege grensoverschrijdend gedrag de bevoegdheid ontzegd om vrouwelijke patiënten te behandelen. In de praktijk betekent dat de huisarts, de cardioloog en de verpleegkundige wel andere functies dan arts/verpleegkundige kunnen vervullen. Het behoeft echter weinig fantasie dat een dergelijke maatregel een grote impact op de zorgverlener heeft. Een bevoegdheidsbeperkende maatregel wordt ook nog gedurende een periode van 5 jaar in het BIG-register geregistreerd met eenmalige publicatie met naam en toenaam in een regionale krant.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat wanneer er sprake is van een ernstige, gegronde klacht de tuchtrechter een bevoegdheidsbeperkende maatregel kan opleggen. In dit geval heeft die voor de tandarts tot gevolg dat hij wel als tandarts werkzaam mag zijn maar geen orthodontische behandelingen meer mag verrichten. Schoenmaker blijf bij je leest!

 

De uitspraak treft u hier aan.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866