Botsing met konijn geen grondslag voor aansprakelijkheid werkgever

26-05-2014

Was het mijn kantoorgenoot August de Hoogh die op 22 mei 2014 melding maakte van een uitspraak over een hond in het kader van het verzekeringsrecht, de dag erop volgde publicatie van een uitspraak over een konijn in het kader van het aansprakelijkheidsrecht. Ik kon uiteraard niet achterblijven…

 

Een werknemer vorderde vergoeding van schade van haar werkgever primair op grond van handelen in strijd met de wettelijke zorgplicht voor werkgever (7:658 BW). De werknemer stelde dat zij  tijdens werktijd letsel, twee gebroken ribben en een gebarten rib, had opgelopen doordat zij op het terrein van haar werkgever in het donker tegen een konijn was aangefietst. Volgens de werknemer is haar werkgever aansprakelijk omdat de aanwezigheid van konijnen in combinatie met een kapotte terreinverlichting zorgden voor een gevaarlijke werksituatie. Zij stelt voorts niet door haar werkgever gewaarschuwd te zijn voor het gevaar van overstekende konijnen. Volgens de werknemer had haar werkgever de gevaarlijke situatie kunnen voorkomen door alle fietspaden af te rasteren. Subsidiair stelt de werknemer dat haar werkgever niet als een goed werkgever gehandeld heeft door geen adequate verzekering ten behoeve van haar af te sluiten. De werkgever heeft de vordering betwist.

 

De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af en stelde daarbij voorop dat een werkgever slechts aansprakelijk is indien deze niet zodanige maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft verstrekt als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. De rechter vond dat daarvan geen sprake was, maar van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Redengevend voor dit oordeel was onder meer dat het in dit geval ging om een zeer uitgestrekt bedrijventerrein in een natuurgebied. Op een dergelijk terrein kunnen kleine wilde dieren voorkomen, zoals konijnen. Het geheel konijnvrij maken van een dergelijk groot terrein is vrijwel onmogelijk. De kantonrechter is van oordeel dat geen redelijkerwijs te treffen maatregel het ongeval had kunnen voorkomen. Overigens kwam de kantonrechter daardoor niet meer toe aan een oordeel over het causaal verband tussen het letsel en het ongeval.

 

Theoretisch waren er maatregelen denkbaar, zoals het omheinen van fietspaden met een dichte constructie, maar gelet op de uiterst kleine kans op een aanrijding van een fietser met een konijn staat een dergelijke maatregel niet in verhouding tot het risico, nog afgezien van het feit dat het afrasteren van de fietspaden bij een alarm een veiligheidsrisico zou zijn, doordat vluchtroutes geblokkeerd worden. De maatregelen die de werkgever heeft getroffen, zoals de memo’s omtrent het veilig gebruik van de dienstfietsen en de regelmatige controles en vervanging van de dienstfietsen, waren voldoende maatregelen om redelijkerwijs te vorkomen dat een werknemer bij het gebruik van een dienstfiets schade zou oplopen.

 

De kantonrechter is ook van oordeel dat de werkgever niet specifiek hoefde te waarschuwen voor de kans op een aanrijding met een konijn omdat die kans uiterst klein is en niet gebleken is dat eerder een dergelijke aanrijding heeft plaatsgevonden.

 

Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 7:658 BW. De kantonrechter is met de werkgever van oordeel dat artikel 7:611 BW in het onderhavige geval niet van toepassing is, omdat het ongeval op de arbeidsplaats heeft plaatsgevonden en dan de vordering beoordeeld dient te worden op grond van artikel 7:658 BW. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat niet gebleken is dat de werkgever zich niet als een goed werkgever zou hebben gedragen. Er was een ongevallenverzekering voor alle werknemers afgesloten, maar die verzekering is niet tot uitkering overgegaan, omdat volgens de verzekeringsmaatschappij er geen causaal verband bestond tussen het ongeval en het gestelde letsel.

 

Klik hier voor de uitspraak (Rechtbank West-Brabant-Zeeland, 9 januari 2013, publicatiedatum 23 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2013:166).