Brand in woonboerderij: aannemer aansprakelijk?

04-07-2014

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 juli 2014 tussenarrest gewezen in een zaak over een uitgebrande woonboerderij (ECLI:NL:GHARL:2014:5243). Enkele maanden voor het ontstaan van de brand had een aannemer een nieuwe afvoerbuis aangebracht in het oude, gemetselde rookkanaal van de woonboerderij. De (gesubrogeerde) verzekeraar van de eigenaar van de woonboerderij stelde de aannemer aansprakelijk en vorderde schadevergoeding. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen. In hoger beroep heeft het hof thans een deskundigenbericht gelast. Daarnaast laat het hof zich uit over de bewijslast ten aanzien van het causaal verband tussen de brand en de schade, de relevantie van de deskundigheid van de opdrachtgever, de zorgplicht van de aannemer en de vraag of sprake is van eigen schuld bij de opdrachtgever.

 

Causaal verband en toepassing omkeringsregel

De vraag die uiteindelijk zal dienen te worden beantwoord is of de aannemer de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 (artikel 2.84 lid 1 en/of lid 2) in combinatie met NEN 6062 en/of de op de afvoerbuis betrekking hebbende installatievoorschriften heeft geschonden. Als dat het geval is, is vervolgvraag of de schending van deze voorschriften in causaal verband staat met het ontstaan van de brand. Daarbij overweegt het hof dat de zogenoemde omkeringsregeling zal worden toegepast, aangezien voornoemde voorschriften strekken ter voorkoming van een specifiek gevaar (brand), welk gevaar zich heeft verwezenlijkt. Dit zou betekenen dat wordt vermoed dat de brand is veroorzaakt door overtreding van deze norm(en), behoudens door de aannemer te leveren tegenbewijs.

 

Deskundigheid opdrachtgever niet van belang,  zorgplicht aannemer, geen eigen schuld

Ter afwering van eventuele aansprakelijkheid doet de aannemer een beroep op artikel 7:758 lid 3 BW. Hij stelt dat, als sprake is van gebreken in de uitvoering van het werk, deze gebreken kenbaar waren aan de opdrachtgever, temeer omdat de opdrachtgever (ook) aannemer is en dus beschikte over deskundigheid op het gebied van de bouw. Als gevolg van de oplevering zou de opdrachtgever deze (eventuele) gebreken hebben aanvaard, zodat de aannemer niet langer aansprakelijk zou zijn. Het hof wijst dit standpunt af. Weliswaar beschikte de opdrachtgever over deskundigheid op het gebied van de bouw, maar de aannemer moet ten opzichte van de opdrachtgever geacht worden over specifieke deskundigheid op het terrein van rookafvoervoorzieningen te beschikken, reden waarom de opdrachtgever hem juist heeft ingeschakeld.

 

Voor zover de aannemer met zijn betoog bedoelt te stellen dat zijn opdracht beperkt was tot het aanbrengen van een nieuw rookkanaal in een bestaande constructie, waarvoor de opdrachtgever in juridisch en bouwkundig opzicht de (volledige) verantwoordelijkheid draagt, miskent hij dat artikel 1.11 Bouwbesluit meebrengt dat hij als aannemer jegens de opdrachtgever verplicht was om bij het aanbrengen van het nieuwe rookkanaal de voorschriften van artikel 2.84 Bouwbesluit in combinatie met NEN 6062 in acht te nemen, althans om de opdrachtgever ervoor te waarschuwen dat het op deze wijze vervangen van het rookkanaal tot strijd met deze voorschriften zou leiden.

 

Gelet op het voorgaande is van eigen schuld van de opdrachtgever geen sprake.

 

Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het gelaste deskundigenbericht. Wordt vervolgd...

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845