Brandstichting door minderjarige. Beroep op opzetclausule door WA-verzekeraar.

22-05-2013

Een minderjarige (14 jaar) sticht in groepsverband brand in een verlaten schoolgebouw. Drie van de jongens, waaronder minderjarige, hebben in het gebouw materialen in brand gestoken die vlam vatten. Daarna hebben de jongens getracht om het vuur uit te maken waarna zij het pand hebben verlaten. Het vuur was echter niet afdoende uitgemaakt, waardoor een uitslaande brand is ontstaan, met forse schade tot gevolg.

 

Minderjarige is strafrechtelijk veroordeeld wegens het medeplegen van opzettelijke brandstichting als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht. Daarbij heeft de rechtbank aangenomen dat aan de zijde van minderjarige voorwaardelijk opzet op (het medeplegen van) de brandstichting bestond.

 

De opstalverzekeraar stelt de eigenaar van het pand schadeloos en heeft minderjarige aansprakelijk gesteld voor het uitgekeerde bedrag. Namens minderjarige is vervolgens een schademelding bij de WA-verzekeraar van het gezin gedaan, met het verzoek te bevestigen dat de eventuele aansprakelijkheid van minderjarige onder de dekking van de polis valt. De WA-verzekeraar heeft zich, met een beroep op de opzetclausule, op het standpunt gesteld dat de polis geen dekking biedt. Namens minderjarige wordt aangevoerd dat hij slechts opzet had op het in brand steken van materialen en niet op de gevolgen daarvan, te weten het uitbranden van de school en de daarmee gepaard gaande schade.

 

De Rechtbank Amsterdam geeft de WA-verzekeraar gelijk. De rechtbank acht de precieze (strafrechtelijke) gradatie van het opzet (oogmerk, zekerheidsbewustzijn of voorwaardelijk opzet) voor de uitleg van de opzetclausule niet van zelfstandige betekenis. De strafrechtelijke veroordeling is wel relevant, maar niet van doorslaggevend belang, nu het in deze zaak gaat om de civielrechtelijke uitleg die aan de opzetclausule dient te worden gegeven. De opzetclausule vereist slechts dat de schade moet zijn veroorzaakt door en/of voortvloeien uit het handelen van de verzekerde en er zijn, naar objectieve maatstaven, geen aanwijzingen waarom de opzetclausule aldus zou moeten worden uitgelegd dat het opzet van de verzekerde gericht zou moeten zijn op het toebrengen van de schade.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845