BTW verschuldigd over beëindigingsvergoeding huurovereenkomst

24-04-2012

Het Gerechtshof Leeuwarden heeft op 17 april jl. bevestigd dat wanneer een verhuurder en een huurder overeenkomen dat de huurder het gehuurde vrijwillig ontruimt en ter beschikking stelt aan de verhuurder tegen betaling van een vergoeding de ontruiming als een BTW-plichtige prestatie wordt beschouwd, zodat over de vergoeding BTW verschuldigd is. Dit is slechts anders als partijen in de huurovereenkomst uitdrukkelijk hebben geopteerd voor een BTW-vrije huur. In dat geval is ook de beëindigingsvergoeding BTW-vrij.

 

Steps Onroerend Goed B.V. (verder: Steps) huurde met ingang van 29 oktober 1998 bedrijfsruimte (winkelruimte) van de verhuurder. In artikel 5 van de tussen partijen gesloten schriftelijke huurovereenkomst is onder meer bepaald:
“5.1 Alle bedragen genoemd in deze overeenkomst luiden exclusief omzetbelasting. Huurder
is over de vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten omzetbelasting verschuldigd. Bij
belaste huur geldt dit ook voor de huurprijs. (…)
5.2 Partijen komen overeen dat verhuurder aan huurder wel omzetbelasting over de huurprijs
in rekening brengt.”

 

In 2008 zijn partijen  met elkaar in onderhandeling getreden over beëindiging van de huurovereenkomst in onderling overleg. Dat overleg heeft geresulteerd in een door partijen schriftelijk vastgelegde overeenkomst d.d. 19 december 2008, die door partijen is ondertekend. In die overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:
“1. de bestaande huurovereenkomst (…) zal met wederzijds goedvinden zijn beëindigd met ingang van 1 januari 2010 dan wel, zie artikel 6, met ingang van uiterlijk 1 juli 2010.
2. de huurder ontvangt een vergoeding voor de beëindiging van de huurovereenkomst van
€ 102.500,--;
3. de huurder vanaf 29 oktober 2008 tot en met 31 december 2009 de winkelruimte van de verhuurder blijft huren voor een totale huursom van € 52.500,--, dit bedrag wordt betaald maar verrekend met de overnamesom.
4. de te betalen overeengekomen vergoeding te betalen door verhuurder aan huurder, na lege en onbezwaarde overdracht aan verhuurder door huurder op 1 januari 2010, is vastgesteld op 50.000,-- euro.
(…)
10. alle voorwaarden en overige bepalingen uit de huurovereenkomst eindigend op 28 oktober 2008 blijven gedurende de aanvullende huurperiode, dus uiterlijk 30 juni 2010, van kracht.
(…)
(alle bedragen zijn exclusief BTW)”


Op 2 december 2009 heeft Steps een factuur aan de verhuurder gestuurd voor een bedrag van € 102.500,-- exclusief BTW, te vermeerderen met € 19.475,-- aan BTW, in totaal derhalve € 121.975,-- met als omschrijving `Huurovereenkomst beëindigd, vergoeding aan huurder”. Op 31 december 2009 heeft de verhuurder een factuur betreffende de huur van oktober 2008 tot en met december 2009 gestuurd voor een bedrag van € 52.916,46 exclusief BTW, te vermeerderen met € 10.054,13 aan BTW, in totaal derhalve € 62.970,59.
Op 10 februari 2010 heeft verhuurder een bedrag van € 50.000,-- aan Steps betaald.

 

Steps heeft vervolgens verhuurder gedagvaard en betaling gevorderd van een bedrag van € 9.500,--, te vermeerderen met rente en (proces)kosten. Aan deze vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat zij aanspraak heeft op BTW over de in de beëindigingovereenkomst opgenomen vergoeding van € 50.000,00.

 

Het Gerechtshof Leeuwarden wijst de vordering van Steps toe en overweegt daarbij dat uit de rechtspraak van de belastingkamer van de Hoge Raad volgt dat wanneer een verhuurder en een huurder overeenkomen dat de huurder het gehuurde vrijwillig ontruimt en ter beschikking stelt aan de verhuurder tegen betaling van een vergoeding de ontruiming als een BTW-plichtige prestatie wordt beschouwd, zodat over de vergoeding BTW verschuldigd is (vgl. Hoge Raad 5 januari 1983, LJN: AB8985, Hoge Raad 5 september 1990, LJN ZC4374, en Hoge Raad 28 augustus 1998, LJN: AA2532).

Daarbij verdient wel aantekening dat wanneer in de huurovereenkomst is geopteerd voor BTW-vrije huur ook de beëindigingsvergoeding BTW-vrij is. De beëindigingsvergoeding volgt het BTW-regime van de huurovereenkomst (vgl. HvJ EG 15 december 1993, C 63/92, LJN: AV2670 inzake Lubbock Fine & Co).

 

Huurders en verhuurders moeten bij het aangaan van een  beëindigingsovereenkomsten dus rekening houden met het BTW-regime van de oorspronkelijke huurovereenkomst.

 

Klik hier voor het gehele arrest.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868