De Hoge Raad over contracteren met, aansprakelijkheid van en procederen tegen maatschappen en maten

20-06-2013

Op 15 maart 2013 heeft de Hoge Raad een arrest (LJN: BY7840) gewezen waarin de maatschap centraal staat. De Hoge Raad zet uiteen hoe het zit met de aansprakelijkheid van de maatschap en haar maten indien een overeenkomst (van opdracht) met de maatschap is gesloten en tegen wie (maatschap en/of maten) een vordering kan worden ingesteld.

 

Uit het arrest volgen de volgende hoofdregels:

1. indien een partij een overeenkomst met een maatschap heeft gesloten, zijn de individuele maten in beginsel aansprakelijk voor gelijke delen. Dit is anders indien sprake is van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. In dat laatste geval zijn de maten aansprakelijk voor het geheel;

 

2. vorderingen uit een overeenkomst met een maatschap kunnen worden ingesteld tegen zowel de maten als collectief als tegen individuele maten. In het eerste geval kan de schuldeiser zich verhalen op het maatschapsvermogen, in het tweede geval op de privévermogens van de aansprakelijk gestelde maten;

 

3. indien tegen de maten als collectief wordt geprocedeerd, kan worden volstaan met het vermelden van de naam van de maatschap in de dagvaarding, indien de gezamenlijke maten onder die naam op voor derden duidelijk kenbare wijze aan het rechtsverkeer deelnemen. Als blijkt dat bedoeld is de gezamenlijke maten te dagvaarden, maar niet alle (rechts)personen zijn gedagvaard die ten tijde van de dagvaarding maat waren, behoort de rechter, desverzocht of zo hij het nodig oordeelt dat de niet gedagvaarde maten aan het geding (kunnen) deelnemen, in beginsel gelegenheid te geven om die personen alsnog in het geding te betrekken door oproeping;

 

4. degene die maat is op het tijdstip dat de maatschap de overeenkomst van opdracht heeft aanvaard, is in beginsel op grond van artikel 7:407 lid 2 BW voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming in de nakoming van deze overeenkomst. Degene die maat is op het tijdstip dat de betrokken schuld van de maatschap ontstaat, is daarvoor voor een gelijk deel aansprakelijk op grond van art. 7A:1679-1681 BW;

 

5. indien een opdracht aan de maatschap is verleend met het oog op de persoon van een maat is die maat in beginsel gehouden de betrokken werkzaamheden zelf te verrichten, behoudens voor zover uit de opdracht voortvloeit dat hij deze onder zijn verantwoordelijkheid door anderen mag laten verrichten. In beide gevallen kan deze maat hoofdelijk aansprakelijk zijn voor tekortkomingen in de uitvoering van de opdracht, naast de maatschap als opdrachtnemer.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Hoge Raad.
 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845