De minderjarige patiënt: beroepsgeheim en gerichte toestemming

08-05-2017

Recent heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg te Amsterdam zich weer eens uitgesproken over het beroepsgeheim ingeval de patiƫnt minderjarig is. Wat was de klacht?

 

Een minderjarige jongen (toen dit speelde, was de jongen 9 jaar oud) met gedrags- en leerproblemen werd door de huisarts, op advies van school, verwezen naar een psychotherapeut. De werkdiagnose van de psychotherapeut luidde ADD. Hoewel de kenmerken daarvan door de ouders werden herkend, had met name de vader van de jongen moeite met deze diagnose. Hij dacht dat de ADD kenmerken eerder vanuit een dyslexie te verklaren zouden zijn.

 

Hoewel de vader de psychotherapeut had aangegeven het zodoende ook niet per se noodzakelijk te vinden dat de leerkrachten op de school van de jongen van deze diagnose op de hoogte zouden geraken, meldde de psychotherapeut deze toch. Ook besprak hij met de school de noodzaak van medicatie (Ritalin). Hierop hebben de ouders de behandelrelatie beëindigd.

 

Het tuchtcollege oordeelt dat de psychotherapeut heeft gehandeld in strijd met de zorg, die hij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet BIG jegens de minderjarige en zijn ouders had behoren te betrachten. Het college overweegt daartoe:

 

‘Met derden, zoals de mensen die werkzaam zijn op een school, mag informatie uit het dossier van de minderjarige in een geval als dit  worden gedeeld indien daarvoor gerichte toestemming is verleend door de gezagdragende ouders, de zogenoemde dubbele toestemming. Een voor artsen bestemde richtlijn inzake het toestemmingsvereiste is neergelegd in de KNMG-Wegwijzer dubbele toestemming gezagdragende ouders voor behandeling van minderjarige kinderen. Uit vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege (zie bijv. CTG 4 april 2013, ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2803) blijkt dat het in deze wegwijzer gestelde tevens geldt voor psychotherapeuten en gz-psychologen. Op grond van de KNMG-wegwijzer en jurisprudentie:

 

- Bij een nieuwe behandelrelatie met een patiënt jonger dan zestien jaar, die wordt begeleid door één ouder, is de arts in beginsel gehouden te informeren naar de gezagsverhoudingen. Dit, opdat zo nodig ook de andere gezagdragende ouder expliciet om toestemming kan worden gevraagd. Is er reden voor twijfel aan de informatie die de ouder verstrekt, dan kan het gezagsregister worden geraadpleegd.

 

- Als één van beide gezagdragende ouders op het spreekuur verschijnt, mag de arts ervan uitgaan dat deze namens de andere gezagdragende ouder spreekt, ook al is sprake van echtscheiding. Alleen als de arts aanwijzingen heeft dat de niet aanwezige ouder een andere mening is toegedaan, moet hij deze expliciet om toestemming vragen.’

 

Mr. Danielle Zwartjens

d.zwartjens@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 816