Een gegronde bejegeningsklacht

30-03-2018

Hoe kijkt de tuchtrechter aan tegen een huisarts die tijdens een consult uit zijn slof schiet?

 

De 16-jarige klaagster in deze zaak bezoekt als begeleider van haar moeder het inloopspreekuur van de huisarts. De moeder wil met de huisarts praten over de uitslag van een echo-onderzoek. De huisarts haalt beiden op uit de wachtkamer en steekt bij wijze van begroeting zijn hand uit. De klaagster weigert de uitgestoken hand waarbij zij te kennen wil geven geen hand te willen geven om religieuze redenen, maar krijgt de kans daartoe niet. De huisarts reageert met een afwijzende opmerking. In de spreekkamer richt de huisarts zich verbaal en nonverbaal geheel tot de moeder. De klaagster wordt geheel genegeerd. Het consult verloopt in een stekelige sfeer.

 

Het tuchtcollege stelt voorop dat de patiënt het recht heeft zich te doen vergezellen van een naaste bij het consult door een arts. Een medisch consult kan inhoudelijk complex en emotioneel indringend zijn. Het meenemen van een familielid of kennis naar een gesprek met een arts kan in het belang van de patiënt zijn omdat deze begeleider kan fungeren als morele steun, als hulp bij de Nederlandse taal of als ‘een extra paar ogen en oren’ bij het begrijpen en onthouden van hetgeen is besproken. De arts dient de aanwezigheid van een naaste van de patiënt – redelijkerwijs – te respecteren en te faciliteren en behoort ernaar te streven het consult adequaat en correct te laten verlopen. Daarbij dient de arts ook zoveel mogelijk rekening te houden met de culturele, religieuze of sociaaleconomische achtergrond van zijn patiënten.

Het tuchtcollege verwijst hierbij naar de door de KNMG opgestelde ‘Gedragsregels voor artsen’.

 

Het tuchtcollege is van oordeel dat de huisarts zich in de wachtkamer en in de spreekkamer onvoldoende professioneel heeft opgesteld jegens de klaagster, waardoor het voorstelbaar is dat zij zich kleinerend behandeld heeft gevoeld. De huisarts heeft onvoldoende medische professionele distantie en zorgvuldigheid jegens de klaagster getoond. Gezien de rol van de huisarts als medisch professionele hulpverlener en zeker gezien het grote leeftijdsverschil tussen de huisarts en de klaagster en zijn decennialange ervaring als huisarts met een sterk cultureel gemengde patiëntenpopulatie, had het op de weg van de huisarts gelegen een oplossing te vinden voor de ontstane situatie en er voor te zorgen dat die niet verder zou ontsporen.

De klacht wordt gegrond verklaard en de maatregel van een waarschuwing wordt opgelegd omdat er onvoldoende vertrouwen bij het tuchtcollege bestaat dat de huisarts in een toekomstig vergelijkbare situatie wel in staat zal zijn tot de-escalatie.

 

De les die uit deze uitspraak voortvloeit is, dat een arts zeker bij een cultureel gemengde patiëntenpopulatie rekening houdt met de levensbeschouwelijke opvattingen en het cultuurpatroon van zijn patiënten, alsook met eventuele taalbarrières. De arts moet, aldus ook de KNMG Gedragsregels, de hulpverlening afstemmen op de reële behoefte van de patiënt. De arts kan zijn levensbeschouwing kenbaar maken, zolang dit niet op een voor de patiënt hinderlijke wijze gebeurt en zijn levensbeschouwing hem er niet van weerhoudt elke patiënt de hulp te verlenen waarop deze recht heeft. Diligentie is geboden!  

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866