Geen nieuwe regelgeving tegen zwijgcontracten in de zorg

19-05-2017

De staatssecretaris van VWS heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 18 mei 2017 verslag gedaan van een vervolgrapportage door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over ontvangen meldingen van zwijgcontracten, oftewel vaststellingsovereenkomsten met ongewenste geheimhoudingsbepalingen. De staatssecretaris ziet naar aanleiding van deze rapportage vooralsnog geen aanleiding voor aanvullende wetgeving op dit punt.

 

Vaststellingsovereenkomsten worden in de zorg vaak gesloten ter afwikkeling van geschillen over mogelijke medische aansprakelijkheid. Gebruikelijk is daarbij dat geheimhouding wordt afgesproken over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, waaronder de hoogte van een eventueel overeengekomen aan de patiënt te betalen vergoeding.

 

Vorig jaar ontstond ophef over deze praktijk, toen er een vaststellingsovereenkomst bekend werd waarin ook was opgenomen dat de nabestaanden van een overleden patiënt geen tuchtklacht zou mogen indienen en een al gedane strafrechtelijke aangifte wegens dood door schuld weer zouden moeten intrekken. De IGZ is van mening dat die klachtmogelijkheden door zorgaanbieders niet contractueel mogen worden uitgesloten. Meer in het algemeen mag het toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg niet als gevolg van een vaststellingsovereenkomst worden belemmerd.

 

De staatssecretaris schrijft aan de Tweede Kamer dat het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met dergelijke ongewenste geheimhoudingbepalingen niet is toegestaan op grond van de onlangs in werking getreden Governancecode Zorg 2017, de opvolger van de Zorgbrede Governancecode 2010. Meer specifiek zou dit in strijd komen met de in deze code verankerde principes van 'goede zorg' en 'waarden en normen'. De IGZ gebruikt de Governancecode Zorg 2017 als veldnorm bij het door haar uitgeoefende toezicht, op grond waarvan zij zonodig ook handhavend kan optreden. Dit betekent dat deze code dus ook van belang is voor zorgaanbieders die niet zijn aangesloten bij de brancheorganisaties die de code hebben opgesteld.

 

Omdat de IGZ aangeeft dat er op deze wijze in voorkomende gevallen voldoende mogelijkheden tot handhaving bestaan, ziet de staatssecretaris geen aanleiding voor aanvullende wetgeving ter voorkoming van zwijgcontracten in de zorg.

 

De brief van de staatssecretaris vindt u hier.

 

Mr. Jurriaan Verduijn

gj.verduijn@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 813