Geen (volledig) beslag op vakantiegeld

04-11-2014

Normaliter mag de deurwaarder beslag leggen op inkomen dat boven de beslagvrije voet uitkomt. Indien het inkomen boven de beslagvrije voet uitkomt door de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld, is echter geen (volledig) beslag mogelijk. Dat heeft de Hoge Raad op 31 oktober 2014 beslist (ECLI:NL:HR:2014:3068).

 

De beslagvrije voet is het deel van het loon of de uitkering dat nodig is voor dagelijks levensonderhoud. In de meeste gevallen is dit gelijk aan 90 procent van de bijstandsnorm. Op dit deel van het inkomen mag de deurwaarder geen beslag leggen.

 

Vrijwel iedereen in loondienst of met een uitkering krijgt vakantiegeld. Vakantiegeld wordt maandelijks opgebouwd door de werkgever of uitkeringsinstantie en vaak jaarlijks uitbetaald. Hierdoor kan het inkomen in de maand van uitbetaling boven de beslagvrije voet komen te liggen, terwijl het inkomen in andere maanden onder die grens bleef. Onder gerechtsdeurwaarders, werkgevers en uitkeringsinstanties bestond er al geruime tijd onduidelijkheid over hoe zij moesten handelen in een dergelijke situatie.

 

De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld geheel voor beslag vatbaar is indien het maandelijkse inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd, steeds boven de beslagvrije voet uitkwam. Indien het maandelijkse inkomen in die maanden steeds beneden de beslagvrije voet is gebleven, is het vakantiegeld slechts voor beslag vatbaar voor zover het als maandelijkse aanspraak tezamen met het daadwerkelijk in die maanden genoten inkomen zou zijn uitgekomen boven de beslagvrije voet in die maanden, telkens per maand beoordeeld. Indien de schuldenaar in de periode waarin het vakantiegeld werd opgebouwd een wisselend inkomen heeft genoten, waardoor het in sommige maanden beneden de beslagvrije voet bleef en in andere maanden daar bovenuit kwam, geldt eveneens hetgeen in de vorige volzin in vermeld. De Hoge Raad ziet vakantiegeld als een opgebouwd onderdeel van het maandinkomen. De deurwaarder moet er dus bij uitbetaling van het vakantiegeld rekening mee houden dat het inkomen in voorgaande maanden lager is geweest dan de beslagvrije voet. Hiermee heeft de Hoge Raad een einde gemaakt aan de heersende onduidelijkheid.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Sandra Buddingh

s.buddingh@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 844