Goed gekeurd?

03-08-2017

Soms komt een welwillende arts onbedoeld in de tuchtrechtelijke problemen.

In deze zaak moest een man vanwege een verlenging van zijn rijbewijs 75+ door een CBR-arts worden gekeurd. De man had vooraf een zogeheten Eigen Verklaring met Geneeskundig Verslag (75+) ingevuld. De CBR-arts stelt de man bij de keuring een aantal vragen, waaruit blijkt dat er in het verleden sprake was van het gebruik van benzodiazepines. De CBR-arts heeft vervolgens een tweetal vragen in de Eigen Verklaring met betrekking tot medicijngebruik in het verleden eigenhandig veranderd van ‘nee’ in ‘ja’. Verder heeft de CBR-arts in zijn Geneeskundig Verslag vermeld dat sprake is van thuisbegeleiding in verband met psychiatrische problematiek.

 

Deze gang van zaken wordt de CBR-arts door de tuchtrechter zwaar aangerekend.

Volgens het tuchtcollege moet een Eigen Verklaring door de betrokkene zelf worden ingevuld. Indien de betrokkene er voor kiest de verklaring niet naar waarheid in te vullen, zijn dat zijn onwaarheden en niet die van de CBR-arts. Als een antwoord bij nadere beschouwing verbetering behoeft, dan dient die verbetering dus ofwel door de keurling zelf, ofwel met zijn uitdrukkelijk goedvinden (machtiging) zichtbaar te worden aangebracht. Dit is hier niet het geval.

De veranderingen die de CBR-arts in de Eigen Verklaring heeft aangebracht waren ook niet juist, omdat de betrokkene ten tijde van het invullen van de verklaring geen benzodiazepines meer gebruikte.

Ten slotte acht het tuchtcollege de constatering van de CBR-arts dat bij betrokkene sprake is van psychiatrische problematiek te kort door de bocht. Dat betrokkene (enige) thuisbegeleiding nodig heeft om zijn huishouden onder controle te houden maakt nog niet dat gesproken kan worden van psychiatrische problematiek.

 

Het tuchtcollege legt de CBR-arts de zware maatregel van een berisping op. De reden hiervoor is dat de CBR-arts haar handelwijze tot haar vaste aanpak rekent en dat zij zich niet afvraagt of een andere aanpak niet wijzer zou zijn. Er is volgens het tuchtcollege sprake van een stelselmatig patroon van onzorgvuldigheid en miskennen van belangen van keurlingen.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat verklaringen die keurlingen moeten invullen ook door hen zelf moeten worden ingevuld en dat wanneer een arts daarbij behulpzaam wil zijn en wijzigingen in de verklaring wenst aan te brengen, dit met uitdrukkelijke en achteraf te controleren toestemming van de keurling gebeurt.

 

Klik hier voor de uitspraak in deze zaak.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871