Verantwoordelijkheid huisarts/opleider voor handelen huisarts in opleiding?

16-02-2015

Het Centraal Tuchtcollege heeft geoordeeld over de vraag in hoeverre een huisarts tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor het handelen van de huisarts in opleiding (haio). De beantwoording van die vraag is onder meer afhankelijk van de fase van de opleiding waarin haio zit en de wijze waarop de opleiding in de praktijk is ingebed.

 

Bij klaagster was in 2010 borstkanker geconstateerd, waarvoor zij is behandeld. In 2013 werd klaagster in de praktijk van de huisarts gezien door een (derdejaars) haio in verband met hoesten en ademhalingsklachten. Nadat de haio een longembolie had uitgesloten ging zij uit van een luchtweginfectie. De haio heeft haar bevindingen van dit laatste consult niet met de huisarts/opleider besproken. Kort daarna zijn op een röntgenfoto  uitzaaiingen in de longen vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts dat hij de haio er gelet op de medische voorgeschiedenis op had moeten aanspreken dat zij aan een luchtweginfectie dacht nadat een longembolie was uitgesloten. Tijdens de tuchtprocedure is klaagster overleden.

 

In r.o. 4.5. overweegt het Centraal Tuchtcollege dat haio’s in het laatste jaar van hun opleiding (zoals hier het geval was) in hoge mate zelfstandig moeten (kunnen) handelen. Het Centraal Tuchtcollege voegt dat echter aan toe dat supervisie van de huisarts nodig blijft, zolang de opleiding nog niet is afgerond. Met betrekking tot de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid is van belang of de wijze waarop de opleiding in de praktijk van de huisarts is ingebed voldoet aan de daarvoor geldende normen.

 

Gelet op de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege, die overigens in lijn is met eerdere jurisprudentie, is het voor huisartsen van belang dat zij hun rol als supervisor tot het einde van de opleiding structureel vorm geven in de praktijk, bijvoorbeeld door het organiseren van dagelijks overleg met de huisarts in opleiding. Ook komt uit de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege naar voren (r.o. 4.6) dat van een huisarts mag worden verwacht dat deze zelf het initiatief neemt om daarnaast bepaalde patiënten met de haio te bespreken en dat het niet voldoende is om dit enkel op initiatief van de haio te doen. Dat initiatief dient in voorkomende gevallen ook van de huisarts te komen op basis van kennis van de patiënt of aan de hand van het medisch dossier.

 

In de onderhavige casus oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van het handelen van de haio. Het beroep wordt verworpen.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Merlijn Christe

m.christe@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 862