Hoge Raad bevestigt het recht op vrije advocaatkeuze

26-02-2014

De Hoge Raad heeft op 21 februari jl. arrest gewezen in de procedure tussen DAS Rechtsbijstand en een verzekerde inzake het op vrije keuze van rechtshulpverlener.

 

Kort gezegd, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat uit de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie (zie zaak C-442/12) volgt dat de verzekerde van DAS Rechtsbijstand terecht heeft aangevoerd dat het recht op vrije keuze van rechtshulpverlener niet afhankelijk is van een besluit van de rechtsbijstandsverzekeraar dat de zaak door een externe rechtshulpverlener zal worden beantwoord.

 

Voorts heeft de Hoge Raad overwogen dat uit de uitspraak van het Hof van Justitie volgt dat geen debat behoefde plaats te vinden over de vraag of de verzekerde het recht had zich door een advocaat te laten bijstaan in een procedure waarbij procesvertegenwoordiging niet verplicht is. DAS heeft, aldus de Hoge Raad, niet gesteld dat zij met verzekerde beperkingen van de te vergoeden kosten is overeengekomen (als bedoeld in de punten 26 en 27 van de uitspraak van het Hof van Justitie).

 

De Hoge Raad heeft het geding voor verdere behandeling verwezen naar het Gerechtshof Den Haag, omdat de mogelijkheid bestaat dat gedeelten van de primaire vordering van de verzekerde door tijdsverloop hun belang hebben verloren.

 

Klik hier voor het arrest van de Hoge Raad d.d. 21 februari 2014.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868