Hoge Raad: ontoereikende motivering voor aannemen roekeloos rijgedrag

01-02-2013

Verdachte is door het hof veroordeeld voor overtreding van artikel 6 WVW, wegens het veroorzaken van een ongeval waardoor een ander (een passagier) is overleden. Daarbij heeft het hof de zwaarste vorm van schuld aangenomen, te weten roekeloosheid (in plaats van aanmerkelijke of grove schuld). Het hof heeft zijn oordeel dat de verdachte roekeloos is geweest gebaseerd op het feit dat hij in een bocht naar links de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 120 km/u in ernstige mate heeft overtreden, terwijl hij in gesprek was met zijn naast hem gezeten vriend en zich daarbij regelmatig tot hem wendde in plaats van volledig op de weg te zijn geconcentreerd en toen verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. In cassatie is over deze motivering geklaagd. Met succes.

 

De Hoge Raad oordeelt dat de door het hof genoemde omstandigheden toereikend zouden kunnen zijn voor het oordeel dat de verdachte - zoals hem primair eveneens is tenlastegelegd - "in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend" heeft gereden, maar niet zijn deze omstandigheden zonder meer toereikend voor het oordeel van het hof dat de verdachte "roekeloos" heeft gereden.

 

In dit verband verwijst de Hoge Raad naar bestendige rechtspraak die ten eerste inhoudt dat beantwoording van de vraag of sprake is van schuld (en welke mate daarvan) aankomt op een beoordeling van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Ten tweede oordeelt de Hoge Raad dat deze regel ook geldt voor de schuldvorm "roekeloosheid", maar dat vanwege het strafverzwarende effect van deze schuldvorm (roekeloosheid kan tot een verdubbeling van het maximum van de op te leggen vrijheidsstraf leiden), aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid bepaaldelijk eisen worden gesteld. Aan die vaststelling dient de rechter in voorkomende gevallen in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven. De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van het hof niet voldoet (op basis van door het hof genoemde omstandigheden kan geen roekeloos worden aangenomen), venietigt de uitspraak en verwijst de zaak terug.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845