HvJEU verduidelijkt artikel 22 van verordening (EEG) nr. 1408/71

15-10-2014

Op 9 oktober jl. heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie met de beantwoording van een prejudiciĆ«le vraag artikel 22 van de verordening (EEG) nr. 1408/71 verduidelijkt. Overeenkomstig deze bepaling kan een werknemer toestemming krijgen om naar een andere lidstaat te gaan om er een voor zijn gezondheidstoestand passende behandeling te ondergaan. Aldaar heeft hij recht op de verstrekkingen die hij nodig heeft, alsof hij bij het ziektekostenstelsel van die lidstaat was aangesloten; de gemaakte kosten worden door zijn woonstaat vergoed. De lidstaat waar de betrokkene woont, mag zijn toestemming daarvoor niet weigeren wanneer de behandeling die de werknemer nodig heeft, behoort tot de prestaties waarin de wettelijke regeling van de woonstaat voorziet, en bedoelde behandeling hem, gelet op zijn gezondheidstoestand van dat moment en het te verwachten ziekteverloop, in de woonstaat niet binnen “een termijn die gewoonlijk nodig is” kan worden gegeven.

 

Verzoekster, woonachtig in Roemenië, kreeg in 2007 een hartinfarct waarna zij volgens de artsen een patiënte met een verhoogd cardiovasculair risico was. In 2009 verslechterde haar situatie en wendde zij zich voor onderzoek tot een ziekenhuis in Timisoara (Roemenië) waar naar haar verklaring de werkomstandigheden voor de medische staf ver beneden peil waren. Ook zouden de meest fundamentele medische hulpmiddelen als ontsmettingsmiddelen, steriel verband e.d. ontbreken. Voor de open hartoperatie die zij diende te ondergaan is zij dan ook uitgeweken naar Duitsland. Zij vroeg de verzekeraar om de kosten te vergoeden maar dat wordt geweigerd omdat niet kon worden vastgesteld of aangetoond dat de betreffende behandeling niet elders in Roemenie "binnen een termijn die gewoonlijk nodig is" kon plaatsvinden.

 

De Roemeense rechter besluit aan het hof een prejudiciële vraag te stellen over de uitleg van het artikel.

Dient de in artikel 22, lid 2, tweede alinea, van verordening (EEG) nr. 1408/71 bedoelde omstandigheid dat de behandeling niet in de woonstaat van de patiënt kan worden gegeven, absoluut of redelijk te worden uitgelegd, met andere woorden, kan de situatie waarin een chirurgische ingreep tijdig en, technisch gesproken, deskundig kan worden verricht in de woonstaat, aangezien deze beschikt over de vereiste specialisten met een vakkennis op hetzelfde niveau als dat van buitenlandse specialisten, niettemin worden gelijkgesteld met de situatie waarin de noodzakelijke medische behandeling niet kan worden gegeven in de zin van die bepaling, omdat de nodige geneesmiddelen en de meest fundamentele medische benodigdheden ontbreken?”

 

Het Hof antwoordt dat artikel 22 aldus moet worden uitgelegd dat de op grond van lid 1, sub c‑i, van dat artikel vereiste toestemming niet mag worden geweigerd wanneer de betrokken ziekenhuiszorg niet tijdig kan worden verstrekt in de lidstaat waar de sociaal verzekerde woont omdat de nodige geneesmiddelen en de meest fundamentele medische benodigdheden ontbreken. Die onmogelijkheid dient te gelden voor alle ziekenhuizen in die lidstaat die de betrokken behandeling kunnen verstrekken, rekening gehouden met het tijdsbestek waarbinnen die behandeling tijdig kan worden verkregen.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. August de Hoogh

anl.dehoogh@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 862