Is een arts aansprakelijk voor de schadeafwikkeling door zijn verzekeraar?

16-03-2018

Een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam voor de Gezondheidszorg trok vorig jaar aandacht, nu het tuchtcollege daarin overwoog dat een zorgverlener tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op de financiƫle afwikkeling van de schade na een medisch incident. In beroep heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg deze overwegingen fors genuanceerd (CTG 8 maart 2018, ECLI:NL:TGZCTG2018:69).

 

Het Regionaal Tuchtcollege had overwogen dat op het moment dat een aansprakelijkheidsverzekeraar de schade op onzorgvuldige wijze afwikkelt, het op de weg van de zorgverlener ligt de verzekeraar daarop aan te spreken.
Het tuchtcollege meende in die zaak dat de aansprakelijkheidsverzekeraar de schadeafwikkeling op onzorgvuldige wijze had aangepakt. Dit omdat de tuchtprocedure volgens het tuchtcollege “noodzakelijk was om erkenning van aansprakelijkheid af te dwingen” en de verzekeraar onvoldoende zou hebben bevoorschot. Gelet hierop had de verwerend arts de verzekeraar (tijdig) aan moeten spreken op de incorrecte wijze waarop de schade van klaagster werd afgewikkeld, aldus het tuchtcollege.
 

Dat een zorgverlener tuchtrechtelijk verantwoordelijk werd geacht voor de afwikkeling van de financiële gevolgen van een medische fout door zijn verzekeraar, betrof een (nieuwe) norm die voor zorgverleners kennelijk een extra prikkel moest vormen om zich actief in het schadeafwikkelingsdebat te mengen. Problematisch aan de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege was dat onduidelijk bleef hoe ver die verantwoordelijkheid precies reikte.

 

In beroep nuanceert het Centraal Tuchtcollege de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege. Ook het Centraal Tuchtcollege meent dat er voor de zorgverlener aanleiding kan bestaan om zijn verzekeraar in beweging te krijgen. Ook kan hij proberen de communicatie tussen verzekeraar en de patiënt te verbeteren. Maar het ligt volgens het Centraal Tuchtcollege niet op de weg van de zorgverlener om zich in het kader van de door hem te verlenen nazorg te begeven in inhoudelijke discussies over civielrechtelijke aansprakelijkheid, causaliteit en schadebegroting. Het gaat daarbij namelijk om strikt juridische aangelegenheden ten aanzien waarvan van een zorgverlener geen specifieke kennis mag worden verwacht. Om die reden heeft hij ter zake dus ook geen tuchtrechtelijke verplichting, aldus het Centraal Tuchtcollege. De wijze waarop in deze zaak de verzekeraar de schadeafwikkeling had aangepakt, was niet onzorgvuldig. Van de arts kon niet meer worden verwacht dan dat hij de verzekeraar aanspoorde om tot een afronding te komen. Dat had de arts ook gedaan.

 

De uitspraak van het Centraal Tuchtcollege is een voor de praktijk bruikbare handleiding voor zorgverleners in aansprakelijkheidskwesties. Een fout erkennen mag en leidt niet gelijk tot erkennen van aansprakelijkheid. De zorgverlener hoeft zich echter niet te verdiepen in juridische aangelegenheden. Een zorgverlener moet, voor zover dat in zijn vermogen ligt, er wel op toe zien dat een schadeclaim binnen redelijke termijn door zijn verzekeraar wordt afgehandeld en alles doen dat daaraan kan bijdragen.

 

De uitspraak treft u hier aan.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866