Jeugdwet aangenomen door Eerste Kamer

19-02-2014

Op 18 februari 2014 heeft de Eerste Kamer de Jeugdwet met 45 stemmen voor en 22 stemmen tegen aangenomen. Naar verwachting zal de wet per 1 januari 2015 in werking treden. Met de invoering van de Jeugdwet worden gemeenten verantwoordelijk voor het leveren van alle jeugdhulp, zodat zij een regierol kunnen vervullen, hetgeen volgens betrokken partijen de kwaliteit van de jeugdhulp door het leveren van maatwerk zal verbeteren. Het wettelijk recht op zorg, zoals dat thans bestaat op grond van de Zorgverzekeringswet, komt te vervallen. De Jeugdzorg verandert in een voorzieningenplicht voor gemeenten, vergelijkbaar met de Wet maatschappelijke ondersteuning. Gevolg hiervan is dat de aard en de omvang van de jeugdzorg voortaan door gemeenten individueel zal worden bepaald.

 

De Jeugdwet introduceert ook een aantal nieuwe begrippen, zoals een jeugdhulpaanbieder, een gecertificeerde instelling en een jeugdhulpverlener.

 

Een jeugdhulpaanbieder is:

1. “Natuurlijke persoon die, het verband van natuurlijke personen dat of de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college.”

2. “Solistisch werkende jeugdhulpverlener onder verantwoordelijkheid van het college.”

Toelichting: Degene die voor de gemeente daadwerkelijk de jeugdhulp uitvoert, wordt in dit wetsvoorstel aangeduid als jeugdhulpaanbieder. Daarbij maakt de wet onderscheid tussen het doen verlenen van de jeugdhulp en het zelfstandig, als solist, verlenen van jeugdhulp.

Een jeugdhulpaanbieder doet jeugdhulp verlenen, wanneer de daadwerkelijke jeugdhulp wordt uitgevoerd op basis van een overeenkomst tussen hem en een of meer derden die voor hem de jeugdhulp verlenen. Die jeugdhulpaanbieder zelf kan een natuurlijke persoon zijn of een verband van natuurlijke personen, maar het kan ook een rechtspersoon betreffen.

 

Een gecertificeerde instelling is:

“Rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert.”

Toelichting: De uitvoering van de (voorlopige) ondertoezichtstelling en de uitoefening van de (voorlopige) voogdij en jeugdreclassering zijn taken die zijn voorbehouden aan een gecertificeerde instelling. Een gecertificeerde instelling is een rechtspersoon. Ze kan niet bestaan uit één natuurlijke persoon, omdat zo nodig een multidisciplinaire beoordeling van de problemen kan plaatsvinden.

“Een gecertificeerde instelling biedt geen jeugdhulp aan. “

Toelichting: Op grond van artikel 2.4, tweede lid, onder b, is de gecertificeerde instelling in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering bevoegd te bepalen dat een jeugdige jeugdhulp nodig heeft en geldt een leveringsplicht voor de gemeente.  De (gezins)voogdijwerker en de jeugdreclasseerder, werkzaam bij de gecertificeerde instelling, leveren die niet zelf, maar dienen hiervoor een jeugdhulpaanbieder in te schakelen.

De (gezins)voogdijwerker en de jeugdreclasseerder zijn primair casusregisseurs en geen hulpverleners. Het ligt in de rede dat een gecertificeerde instelling niet tevens jeugdhulp kan aanbieden. Dat zou immers kunnen leiden tot belangenverstrengeling, omdat de (gezins)voogdijwerker en de jeugdreclasseerder dan jeugdhulp van de eigen organisatie kunnen inschakelen.

 

Een jeugdhulpverlener is:

“Natuurlijke persoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent.”

Toelichting: Naast het begrip jeugdhulpaanbieder, wordt ook het begrip jeugdhulpverlener gedefinieerd. Dit is de professional die feitelijk de jeugdhulp verleent. Hier doet zich een overlap voor met de tweeledige definitie van het begrip jeugdhulpaanbieder. Dat begrip ziet namelijk zowel op de medewerker als op de solistisch werkende jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpverlener die als medewerker actief is, doet dit voor de jeugdhulpaanbieder als bedoeld onder 1°. De jeugdhulpverlener die zelfstandig werkt, is zelf een jeugdhulpaanbieder als bedoeld onder 2°.

 

Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen op grond van artikel 4.2.1 van de Jeugdwet een regeling te treffen voor de behandeling van  klachten over gedragingen van hen of van voor hen werkzame personen jegens een jeugdige, ouder of pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp, de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, of jeugdreclassering. Omdat de eisen waaraan deze klachtenregeling dient te voldoen op onderdelen verschilt van de huidige Wet Klachtenrecht Cliënten Zorginstellingen (WKCZ) is het van belang dat jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen tijdig beoordelen of hun klachtenregelingen aan de uitgangspunten van de jeugdwet voldoet. De gezondheidsrechtspecialisten van KBS Advocaten kunnen daarbij desgewenst ondersteuning bieden.

 

Voor de integrale tekst van de Jeugdwet klik hier.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868