Koop gestolen auto. Professionele handelaar niet te goeder trouw. Regres door verzekeraar.

23-05-2013

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 maart 2013 (LJN: BZ8559) uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van een professionele autohandelaar voor de schade wegens doorverkoop van een gestolen auto aan een particulier. Het hof oordeelt dat de handelaar bij de aankoop van de auto niet te goeder trouw heeft gehandeld, nu hij de verkoper niet heeft verzocht zich te legitimeren.

 

Voor het kunnen aanspreken van een professionele koper van een auto is van belang of van hem in de gegeven omstandigheden mocht worden verlangd dat hij een onderzoek instelde naar de beschikkingsbevoegdheid van degene die de auto aanbood. Dit brengt met zich dat de handelaar ten minste de autopapieren (het kentekenbewijs, met inbegrip van het overschrijvingsbewijs) moet hebben onderzocht. Dit minimumvereiste neemt echter niet weg dat onder omstandigheden van een koper van een tweedehands auto, ook indien het kentekenbewijs, waaronder het overschrijvingsbewijs, aanwezig lijkt te zijn, aanvullend onderzoek mag worden verwacht naar de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper.

 

Het hof heeft geoordeeld dat de professionele handelaar in kwestie zijn onderzoeksplicht niet is nagekomen en derhalve niet te goeder trouw was. Daarvoor is van belang geacht dat de auto naar aanleiding van een advertentie op marktplaats.nl is gekocht van iemand die zich voordeed als particulier en die geen andere informatie over zijn identiteit verstrekte dan een naam, waarbij partijen hebben afgesproken elkaar te ontmoeten in een andere plaats (Rotterdam) dan de door de verkoper opgegeven woonplaats (Den Haag). Op grond van deze omstandigheden had de professionele handelaar verdergaand onderzoek naar de identiteit van de verkoper moeten verrichten. Indien uit dat onderzoek zou zijn gebleken dat de identiteit van de verkoper niet zou overeenstemmen met de geregistreerde naam op het kentekenbewijs, had het vervolgens op de weg van de handelaar gelegen verder te onderzoeken waaraan de verkoper zijn bevoegdheid tot verkoop ontleende. In deze zaak wordt de handelaar aangerekend dat hij elk onderzoek naar de identiteit van de verkoper achterwege heeft gelaten. Hij heeft niet eens verzocht om enige vorm van legitimatie.

 

Het ontbreken van de goede trouw bij de handelaar brengt met zich dat hem tevens kan worden verweten dat hij de auto heeft doorverkocht aan een particulier waardoor (de verzekeraar van) de bestolene de mogelijkheid is ontnomen de auto als zijn eigendom op te eisen, wegens de bescherming die een particulier op grond van de wet (artikel 3:86 lid 2 BW) geniet indien hij auto van een professionele handelaar in - kort gezegd - een fysieke winkel/showroom heeft gekocht. Het causaal verband is daarmee tussen het onrechtmatig handelen (de verkoop) en de schade gegeven.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.
 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845