Kort geding tegen tariefswijziging zorginkoopdocument zorgverzekeraars faalt

06-02-2014

MEER GGZ, een brancheorganisatie voor ondernemende instellingen in de geestelijke gezondheidszorg, had een kort geding aangespannen tegen een aantal zorgverzekeraars (Achmea c.s.). Achmea c.s. waren overgegaan tot aanpassing van het zorginkoopdocument voor de curatieve GGZ voor 2014 en daarmee tot wijziging van hun inkooptarieven.

 

Aanleiding voor deze tariefswijziging was de tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) waarbij de tarieven voor de curatieve GGZ per 1 januari 2014 gemiddeld 6% hoger waren vastgesteld dan de NZa-tarieven in 2013. Het onverkort hanteren van de verhoogde tarieven zou er - aldus Achmea c.s. - toe leiden dat er minder zorg zou kunnen worden ingekocht en dat de kans op wachtlijsten voor haar verzekerden daarom zou kunnen toenemen.
 

Voor het doorvoeren van de tariefsverlaging hebben Achmea c.s. zich beroepen op het algemene wijzigingsbeding in het inkoopdocument, op grond waarvan Achmea c.s. zich het recht hebben voorgehouden om besluiten te nemen of maatregelen te treffen, zoals het doorvoeren van een tariefwijziging, voor situaties die tijdens de publicatie van het inkoopdocument niet aan hen bekend waren of die zij niet konden voorzien.


MEER GGZ vorderde in kort geding om Achmea c.s. te bevelen om hun zorginkoopprocedure overeenkomstig het oorspronkelijke – ongewijzigde – zorginkoopdocument uit te voeren. De voorzieningenrechter heeft deze vordering afgewezen. Achmea c.s. hebben zich op het algemene wijzigingsbeding mogen beroepen, kort gezegd omdat de tariefwijziging is ingegeven door de verhoging van de NZa-tarieven, hetgeen voor Achmea c.s. onvoorzienbaar was.
 

Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat de stelling van MEER GGZ dat de tariefwijziging die Achmea c.s. hebben doorgevoerd in strijd is met de precontractuele goede trouw, eveneens faalt. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat het voorbehoud van Achmea c.s. om in bepaalde situaties besluiten te nemen of maatregelen te treffen, expliciet is opgenomen in het zorginkoopdocument. Dit ruim geformuleerde voorbehoud is helder en transparant en was kenbaar of had kenbaar kunnen zijn aan de leden van MEER GGZ. Gelet hierop, alsmede op de omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de verhoging van de NZa-tarieven voorzienbaar was voor Achmea c.s., mochten de leden van MEER GGZ er naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten tijde van het indienen van hun offertes bij de zorgverzekeraars er niet zonder meer op vertrouwen dat Achmea c.s. geen tariefwijziging zouden doorvoeren.
 

Klik hier voor de volledige uitspraak.
 

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868