Medisch adviseur en beoordelen van detentie(on)geschiktheid

11-04-2018

Hoe gaat de tuchtrechter om met de medische beoordeling van een gedetineerde?

 

Een huisarts brengt als medisch adviseur geregeld adviezen uit aan een penitentiaire inrichting over de detentiegeschiktheid van betrokkenen. Op verzoek van een gedetineerde heeft de huisarts een onderzoek naar diens detentiegeschiktheid verricht en advies uitgebracht. Het advies van de huisarts is dat de betrokkene detentiegeschikt is. De gedetineerde dient een klacht in bij het tuchtcollege. De klacht houdt in dat de huisarts de gedetineerde ten onrechte detentiegeschikt heeft verklaard zonder hem persoonlijk te hebben onderzocht of gesproken.

 

Het tuchtcollege stelt in een recente uitspraak voorop dat bij ieder verzoek om beoordeling van de detentiegeschiktheid door de medisch adviseur een individuele afweging wordt gemaakt waarbij voor deze specifieke patiënt de mogelijkheden tot de zorg binnen detentie worden beoordeeld. Uitgangspunt bij de beoordeling is, dat alle zorg die thuis mogelijk is, ook binnen detentie geleverd kan worden. De huisarts heeft het onderzoek gebaseerd op de uitgebreide medische informatie die haar via de penitentiaire inrichting ter beschikking stond. Daartoe behoorde eveneens de laatste informatie van de behandeld specialisten. De huisarts stelde dat er slechts in bijzondere situaties van onduidelijkheid of complexiteit aanleiding is de betrokkene in persoon te spreken en te onderzoeken.

 

Het tuchtcollege overweegt dat de huisarts zich in beginsel op de juistheid van de door de medisch behandelaars verstrekte informatie mocht baseren zonder eigen onderzoek te doen, tenzij er aanwijzingen waren waaruit zij had moeten afleiden dat de informatie niet juist of niet volledig was. Niet gebleken is dat er dergelijke aanwijzingen, waren.

De omstandigheid dat de klager de door hem benodigde medische zorg in de praktijk niet zou krijgen, zo dat al juist zou zijn, kan er niet toe leiden dat de huisarts daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Het leveren van de vereiste zorg behoort tot de verantwoordelijkheid van de directeur van de inrichting. De klacht wordt als ongegrond afgewezen.

 

De les die uit deze uitspraak voortvloeit is, dat een arts die advies uitbrengt over detentie(on)geschiktheid, de betrokkene niet per definitie zelf hoeft te spreken of te onderzoeken. Indien de arts beschikt over een adequaat en actueel medisch dossier en er geen sprake is van onduidelijkheid of complexiteit, kan louter op basis van het medisch dossier worden geadviseerd.

 

De uitspraak treft u hier aan.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866