Medische gegevens met instemming van patiënt verschaffen aan derden: ook hier terughoudendheid

15-01-2016

Artsen worden soms door derden, bijvoorbeeld een medisch adviseur van een verzekeraar, om medische informatie van een bepaalde patiënt verzocht. Zo’n verzoek wordt meestal gedaan in de vorm van een vraagstelling over wat de arts bekend is over bepaalde klachten bij die patiënt. Echter, ook indien de patiënt daarvoor uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven dient een arts zich bij het verschaffen van medische informatie terughoudend op te stellen en zo nodig om een (meer) concrete vraagstelling verzoeken, zo blijkt uit een recente beslissing van het Tuchtcollege te Zwolle (ECLI:NL:TGZRZWO:2015:103).

 

De zaak waarover het tuchtcollege moest oordelen ging om het volgende. Klager, advocaat van beroep, is op enig moment arbeidsongeschikt verklaard. De medisch adviseur van de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar van klager berichtte de huisarts van klager, verweerder, dat klager arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten en alcoholgebruik en verzocht in dat kader om recente medische gegevens. In de bijgesloten medische machtiging had klager een ruimere toestemming verleent, namelijk voor het verlenen van "informatie, die van belang kan zijn voor de beoordeling van zijn gezondheidstoestand, respectievelijk arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van psychische klachten en alcoholgebruik. Van belang zijnde informatie betreft onder andere de ziektegeschiedenis vanaf 2013 [...]".

 

Verweerder had de medisch adviseur vervolgens onder meer een korte medische historie van klager van 1989 tot 2012 verschaft, waarin een behandeling wegens alcoholmisbruik was vermeld. Klager werd daarna door de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar bericht dat diens verzekering met onmiddellijke ingang zou worden beëindigd omdat hij bij afsluiten (25 jaar geleden) geen melding had gemaakt van een destijds ondergaande behandeling ter zake van alcoholmisbruik.

 

Klager verwijt verweerder dat hij zonder toestemming te veel medische informatie heeft verschaft en dat hij gemaakte afspraken om vooraf te overleggen heeft genegeerd.

­

Het tuchtcollege overweegt vervolgens dat deze klachten gegrond zijn. Het college wijst op de KNMG-Richtlijn inzake het omgaan met medische gegevens. Het beroepsgeheim van de arts verhindert in beginsel dat hij (medische) informatie verstrekt. Ook met uitdrukkelijke toestemming van de patiënt mag men van de arts verwachten dat hij uiterst behoedzaam handelt. De arts dient zich naar het oordeel van het College te beperken tot de beantwoording van gerichte vragen waarbij hij slechts relevante en feitelijke informatie verstrekt. Niet de machtiging, maar de vraagstelling is daarbij bepalend. Een zo ruime uitleg van de vraag als de huisarts daaraan in casu gaf had voor hem aanleiding moeten zijn om de verzekeraar om een meer concrete vraagstelling te verzoeken alvorens informatie te verschaffen. De machtiging in casu kan in geen geval worden opgevat als een vraag naar de historie vanaf 1989. Daarnaast heeft de huisarts enkele niet relevante en niet zonder meer objectieve gegevens vermeld.

De huisarts heeft daarnaast geen contact met klager opgenomen om hem van het verzoek van de verzekeraar op de hoogte te stellen. Verweerder heeft zich in de gegeven omstandigheden de kans ontnomen om zich te vergewissen van de toestemming van klager voor hetgeen hij juist vond om te vermelden.

 

Het college legt de huisarts een waarschuwing op. Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Maurice Mooibroek

mf.mooibroek@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 212 28 16