Niet inroepen hulp AMK soms verwijtbaar

09-10-2014

Wanneer moet een arts een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) inschakelen? Dat was de vraag die aan de orde was in een zaak die speelde bij het Regionaal Tuchtcollege Eindhoven.
Wat was er aan de hand?

 

De aangeklaagde arts was huisarts van een zeer problematisch gezin. Er was een ernstig zieke moeder (ALS), een overbelaste en getraumatiseerde vader die niet verder wilde leven na het te verwachten overlijden van zijn vrouw en een minderjarige zoon met gebrek aan begrenzing. Er vond fors huishoudelijk geweld plaats. De huisarts had hierover gezinsgesprekken, contacten met de school, met de GGD-arts en de psycholoog van het gezondheidscentrum. Vanuit het gezin kwam geen enkele hulpvraag.

Na het overlijden van de moeder hield vader alle contacten af. Er kwamen alarmmails, onder andere van klager (een oom van de zoon), over agressie en alcoholmisbruik van de vader. De vader is kort bij een bureau voor alcohol en drugs geweest, hoewel hij er niets in zag. Men nam hem niet in behandeling en verwees hem naar de GGZ. De vader weigerde iedere hulp; voor hem was de dood, na het meerderjarig worden van zijn zoon, de enige uitweg. De vader wilde niet praten over hulp bij de opvoeding of (gedeeltelijke)  uithuisplaatsing of anderszins de zorg over zijn zoon delen. Hij nam zijn vlucht in de alcohol, waarbij enorme agressieve impulsdoorbraken plaatsvonden. Op enig moment werd de huisarts gebeld door de politie omdat de vader zich, waarschijnlijk met drank, had opgesloten in zijn kamer en zich suïcidaal uitte. Toen de politie aan de huisarts vroeg of de crisisdienst moest worden ingeschakeld heeft zij gezegd dat zij daarvan geen heil verwachtte. De politie heeft daarop zelf contact met deze dienst gezocht, die geen mogelijkheden tot interventie zag omdat de vader volhardde in zijn weigering om mee te werken. Later is ook de vader acuut overleden.

 

Klacht

De huisarts wordt verweten dat zij ondanks de vele signalen nimmer adequaat heeft ingegrepen en zelfs niet heeft gereageerd, terwijl sprake was van een zwaar depressieve man met psychische problemen, drankmisbruik en een kort lontje. Ook zou zij de zorg voor de zoon volledig hebben onderschat; zij had het belang van de minderjarige moeten dienen. Hulp aan de vader was ook in het belang van de zoon geweest.  Bovendien verwijt klager verweerster dat zij heeft gehandeld in strijd met het algemeen belang van de individuele gezondheidszorg.

 

Verweer

De huisarts meent daarentegen dat zij gezien de omstandigheden niet verwijtbaar heeft gehandeld. Zij heeft nooit het idee gehad dat er gevaar was voor de zoon. Zij had een onmogelijke rol. Het behoud van de dunne vertrouwensband met haar patiënten was voor haar heel belangrijk.

 

Oordeel

Het tuchtcollege overweegt dat de huisarts ten aanzien van vader niet verwijtbaar heeft gehandeld: 'Met betrekking tot de vader, die een welhaast absolute zorgmijder was, heeft zij ervoor gekozen om, in plaats van het uitoefenen van dwang(maatregelen) de dunne vertrouwensband te bewaren.'

 

Ten aanzien van de zoon echter meent het tuchtcollege dat er voor de huisarts alle aanleiding en reden was geweest om eerder, voortvarender en anders dan zij heeft gedaan te trachten aan deze voor de zoon onverantwoorde situatie een einde te maken. 'Voor het college staat vast dat sprake was van een vorm van kindermishandeling, waarop de (inmiddels vervangen) KNMG meldcode kindermishandeling 2012 van toepassing was. Ingevolge deze richtlijn had, gelet op de vele signalen, na overleg met de betrokken zorgprofessionals (veel) eerder overleg met dan wel een melding bij het AMK moeten plaatsvinden, teneinde te trachten verder onheil voor de zoon te voorkomen. Het belang van de (dunne) vertrouwensband tussen verweerster en haar patiënten had daaraan ondergeschikt moeten worden gemaakt. Te lang heeft verweerster geprobeerd zelf de problemen op te lossen', aldus het college. De huisarts krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

 

Lees hier de gehele uitspraak.

 

Mr. Ernst de Jong

ejc.dejong@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 818