Ongeval binnen of buiten werktijd? De kracht van een getuigenverklaring

23-01-2018

Een caissière, in dienst bij ALDI, rekent op 7 september 2010 na sluitingstijd boodschappen voor eigen gebruik af, waarna zij ten val komt bij de inpaktafel. De vloer is daar nat, omdat de caissière tien minuten daarvoor de vloer had gedweild. De caissière stelt ALDI aansprakelijk. ALDI wijst de aansprakelijkheid af. Een getuige, toentertijd ook werkneemster van ALDI, heeft direct na het ongeval een verklaring afgelegd. Tijdens een voorlopig getuigenverhoor, dat zes jaar na het ongeval plaats vindt, legt deze inmiddels oud-werkneemster een andersluidende verklaring af.

 

De caissière start na het voorlopig getuigenverhoor een deelgeschil en stelt dat ALDI aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval.  ALDI voert verweer, waarbij het meest verstrekkende verweer is dat het ongeval niet binnen werktijd heeft plaatsgevonden.

De rechtbank laat zich uit over de afgelegde getuigenverklaringen in deze zaak. Want niet alleen heeft de oud-werkneemster, maar ook de caissière zelf en haar schoonzus een verklaring afgelegd. Op de vraag welke verklaring nu van doorslaggevende betekenis is, oordeelt de rechtbank dat dat de verklaring van de oud-werkneemster moet zijn. De ervaring leert dat verklaringen van getuigen afgelegd vlak na het ongeval en opgemaakt in eigen bewoordingen de meest betrouwbare zijn, omdat de getuigen zich het voorval dan nog goed kunnen herinneren. Uiteindelijk heeft de oud-werkneemster na 6 jaar wel anders verklaard, maar deze verklaring acht de rechtbank van minder bewijswaarde dan de verklaring direct na het ongeval. Dit vanwege het tijdsverloop van 6 jaren tussen het ongeval en het voorlopig getuigenverhoor, het feit dat de oud-medewerkster aantasting van haar geheugen heeft door medische behandelingen en het feit dat zij voorafgaand aan het getuigenverhoor meerdere malen contact heeft gehad met de caissière. De verklaringen van direct na het ongeval zijn consistent en zodoende heeft de rechter geen reden om aan de geloofwaardigheid hiervan te twijfelen. De verklaring van de schoonzus dateert van acht maanden na het ongeval. Zij is evenwel niet gehoord tijdens het voorlopig getuigenverhoor. Voor deze gang van zaken is geen logische verklaring gegeven. Reden voor de rechter om uit te gaan van de verklaringen van de oud-medewerkster van vlak na het ongeval.

En uit die verklaringen blijkt volgens de rechter dat het ongeval zonder twijfel buiten werktijd heeft plaats gevonden. De caissière had haar werkzaamheden voor die dag beëindigd en had boodschappen voor eigen gebruik gedaan. De enkele omstandigheid dat zij zich nog op de werkvloer bevond is onvoldoende. Zij bevond zich op dat moment als klant en niet als werknemer in het filiaal van ALDI. Het verzoek van de caissière om te bepalen dat ALDI aansprakelijk is, wordt dan ook afgewezen. Overigens merkt de rechter nog op, dat ook wanneer hij tot het oordeel zou zijn gekomen dat de schade in uitoefening van de werkzaamheden zou zijn ontstaan, hij de vordering op grond van werkgeversaansprakelijkheid zou hebben afgewezen. On der de gegeven omstandigheden is er geen sprake van een schending van de zorgplicht door ALDI als werkgever.

Deze uitspraak werd op 5 januari 2018 gepubliceerd. Hier vindt u de vindplaats: ECLI:NL:RBDHA:2017:14820

 

Mr. Iris Degenaar

id.degenaar@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 865