Ontslagen om een pak Optimel

28-02-2017

Een werkneemster van een supermarkt is door haar werkgever op staande voet ontslagen. Ze had een pak Optimel dat over de datum was meegenomen en ook nog een bakje zalmsalade dat over was na een personeelsbarbecue. De rechter vindt dit ontslag op staande voet terecht.

 

Bedrijfsreglement

De werkneemster was al elf jaar werkzaam bij deze supermarkt. Zij was al eens eerder gewezen op de noodzaak om zich te houden aan het bedrijfsreglement. In het bedrijfsreglement is een strikt verbod opgenomen voor het meenemen van onbetaalde producten. Dit verbod geldt voor alle producten, ook voor producten met weinig waarde of bedorven producten. Bij elke vorm van diefstal volgt volgens dit bedrijfsreglement ontslag op staande voet.

 

Kaaskruimels

In de zomer van 2016 ontving de werkneemster een laatste schriftelijke waarschuwing, nadat was geconstateerd dat zij de kaaskruimels van verkochte kaasbroodjes opspaarde om deze thuis te kunnen opeten. In de waarschuwing was opgenomen dat bij een volgende overtreding onherroepelijk zou worden overgegaan tot beëindiging van het dienstverband.

 

Exit-controle

Op 6 oktober 2016 werd de werkneemster gecontroleerd bij een zogenoemde ‘exit-controle’. Bij deze controle worden de jassen en tassen van personeelsleden steekproefsgewijs door een extern bureau gecontroleerd bij het verlaten van het pand. Bij de controle werd in de tas van werkneemster een pak Optimel gevonden (houdbaar tot 6 oktober 2016), een bakje met zalmsalade, een banaan en een mandarijn.

 

Werkneemster liet weten dat zij eerder die dag twee bananen en een mandarijn had afgerekend. Een bonnetje van die dag had zij echter niet. De collega van werkneemster die in de ochtend achter de kassa zat, verklaarde dat werkneemster slechts één banaan had afgerekend. Het pak Optimel had de werkneemster meegenomen omdat het over de datum was en zou worden weggegooid. De zalmsalade had zij van de barbecue voor het personeel van afgelopen zondag, en die zou de dag erna over de datum raken.

 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt op 7 februari 2017 dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Vast staat dat werkneemster een aantal goederen heeft meegenomen zonder hiervoor te betalen. Ook staat vast dat werkneemster op de hoogte was van het feit dat het meenemen van goederen – ook de goederen die anders zouden worden weggegooid – door werkgever als diefstal wordt aangemerkt en dat bij diefstal ontslag op staande voet volgt. Werkneemster was er in juni van dat jaar nog op gewezen dat zij het bedrijfsreglement moest naleven.

 

Werkneemster wijst op het feit dat het om goederen van geringe waarde gaat, die anders zouden worden weggegooid. Ook wijst zij op haar leeftijd, haar lange staat van dienst en de ernstige gevolgen van een ontslag op staande voet. Dit mag echter niet baten. Werkgever is als supermarkt met een sterk verhoogd diefstalrisico genoodzaakt om met strikte procedureregels te werken. Dit strikte beleid is vastgelegd in een bedrijfsreglement. Werkneemster heeft toegegeven hiermee bekend te zijn.

De kantonrechter laat het ontslag op staande voet dan ook in stand. Het belang van de werkgever bij strikte naleving van de bedrijfsregels op dit punt weegt zwaarder dan het belang van werkneemster. Bovendien was de werkneemster gewaarschuwd.

 

Belang van een bedrijfsreglement

Uit deze uitspraak blijkt eens te meer het belang van een goed bedrijfsreglement, maar ook het belang om dit reglement onder de aandacht van de werknemers te brengen. Mocht worden geconstateerd dat een werknemer zich niet aan de regels houdt, waarschuw dan en zorg ervoor dat deze waarschuwing op papier staat. Bij een volgende overtreding – ook al is het een zogenaamd bagateldelict – is een ontslag op staande voet niet ondenkbaar.

 

Ontslag op staande voet onder opschortende voorwaarde

Het is ook mogelijk om een ontslag op staande voet te geven onder een opschortende voorwaarde. De opschortende voorwaarde houdt in dat de werknemer enige dagen de tijd krijgt om een vaststellingsovereenkomst te tekenen waardoor het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. Als de werknemer daartoe overgaat, eindigt het dienstverband op die manier. Voordeel is dat procedures over de geldigheid van het ontslag op staande voet worden voorkomen. Daarnaast heeft de werknemer nog de mogelijkheid om te proberen een WW-uitkering aan te vragen, iets wat met een ontslag op staande voet in ieder geval niet lukt. Indien de werknemer ervoor kiest om niet in te stemmen met een beëindiging met wederzijds goedvinden, dan is na ommekomst van de bedenktermijn alsnog sprake van een ontslag op staande voet. 

 

Mr. Marloes Stuurop

mje.stuurop@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 823