Perikelen rond het hoofdbehandelaarschap

27-05-2016

Het begrip ‘hoofdbehandelaarschap’ heeft in de jurisprudentie van de medische tuchtrechter bijzondere betekenis. Het begrip zorgt ook vaak voor verwarring en onduidelijkheid. Dat volgt ook uit deze uitspraak van het Centraal Tuchtcollege.

 

Een instellingsarts wordt door de zoon van een overleden patiënte zowel tekortkoming in zorg als tekortkoming in communicatie met collega’s, patiënte en de familie verweten. Het Regionaal Tuchtcollege had de klacht in eerste aanleg afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt in beroep echter tot een ander oordeel en legt de arts een berisping op. Opmerkelijk is allereerst dat het handelen van de arts wordt beoordeeld wordt op basis van voor het specialisme ouderengeneeskunde gestelde normen. De aangeklaagde arts was basisarts en geen specialist ouderengeneeskunde. Omdat de arts reeds vanaf 2000 werkzaam was in de ouderenzorg en op dat terrein kennis en ervaring had opgedaan wordt door het Centraal Tuchtcollege de lat hoger gelegd. Wat betreft de behandeling van de patiënte is het Centraal Tuchtcollege van mening dat de arts onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn taak als hoofdbehandelaar van de patiënte. De arts had een meer pro-actieve opstelling moeten laten zien. Niet was gebleken dat de arts een weloverwogen medisch beleid had gevoerd en dat regelmatig heeft gemonitord en geëvalueerd. Verder wordt de arts verweten dat hij onvoldoende de regie heeft genomen en in onvoldoende mate voor de aansturing van de artsen waarvoor hij als supervisor verantwoordelijk was had zorggedragen. Ook had de arts de continuering van de zorg aan de patiënte onvoldoende bewaakt. Ten slotte had de arts de communicatie met de artsen en de familie veronachtzaamd. Het tekortschieten van de arts wordt door het Centraal Tuchtcollege dusdanig ernstig gezien dat niet wordt volstaan met de lichtste maatregel van een waarschuwing maar dat een berisping wordt opgelegd. Een berisping heeft, volgens de Parlementaire Geschiedenis op de wet BIG, het kenmerk van schuld en verwijtbaarheid. Deze maatregel wordt onder meer in het BIG-register aangetekend. Deze uitspraak van het Centraal Tuchtcollege bevestigt dat een hoofdbehandelaar een regiefunctie heeft waarop door de medische tuchtrechter nauwlettend wordt toegezien. Een hoofdbehandelaar heeft mitsdien meer taken en verantwoordelijkheid dan waarvan hij zich wellicht bewust is. Het is om die reden goed om afspraken die hieromtrent gelden in een protocol vast te leggen zodat alle bij de behandeling betrokken artsen en verpleegkundigen, de patiënt(e) en de familie weten waar de (eind-)verantwoordelijkheid ligt.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871