Preoperatieve voorlichting

12-12-2011

De rechtbank Arnhem heeft bij vonnis d.d. 23 november jl. bevestigd dat behandelaars niet alle mogelijke complicaties met een patiënt dienen te bespreken, maar dat bij de preoperatieve voorlichting dient te worden gewezen op normale, voorzienbare risico’s die aan een ingreep verbonden zijn.

 

Bij een patiënte werd op 30 maart 2009 een operatieve ingreep aan haar linkerduim uitgevoerd, een zogenaamde triggerduim release. Na de operatie is bij patiënte een wondinfectie opgetreden, waarvoor zij met antibiotica is behandeld. Vervolgens zijn pijnklachten ontstaan, die ondanks herhaalde behandelingen niet zijn verminderd.

 

Patiënte heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden, lijdt en nog zal lijden ten gevolge van de operatieve ingreep op 30 maart 2009. Patiënte legt aan haar vordering ten grondslag dat het ziekenhuis jegens haar verwijtbaar heeft gehandeld door haar voorafgaand aan de ingreep van 30 maart 2009 ten onrechte te vertellen dat er geen risico’s aan de ingreep verbonden zijn. Indien zij van tevoren op de risico’s was gewezen, had zij niet tot de operatie besloten, aldus patiënte.

 

De rechtbank stelt bij de beoordeling van de vordering voorop dat de arts op grond van artikel 7:448 lid 1 en 2 BW verplicht is de patiënt voorafgaand aan de behandeling te informeren over de te verwachten gevolgen en risico’s voor de gezondheid van de patiënt. Het gaat daarbij om de normale, voorzienbare risico’s. Deze verplichting strekt ertoe de patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij al dan niet toestemming voor de behandeling zal geven. Het tekortschieten in de nakoming van deze verplichting roept het risico in het leven dat de patiënt niet op de door hem gewenste wijze van zijn zelfbeschikkingsrecht gebruik kan maken, het risico derhalve dat hij een keuze maakt die hij mogelijk niet gemaakt zou hebben als hij goed geïnformeerd was. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv moet de patiënt stellen en zo nodig bewijzen dat hij, indien hij op duidelijke wijze was ingelicht over het risico van de behandeling als redelijk handelend patiënt in de gegeven omstandigheden niet zou hebben gekozen voor deze behandeling (HR 23 november 2001, NJ 2002, 387, LJN: AD3963).

 

Het ziekenhuis was volgens de rechtbank niet verplicht om patiënte te wijzen op het risico van het ontstaan van de pijnklachten die zij nu heeft. Het gaat namelijk om een complicatie die zelden ontstaat en die ook zelden tot zulke ernstige gevolgen leidt als die patiënte nu ondervindt. Het gaat derhalve niet om een normaal, voorzienbaar risico, zodat het ziekenhuis niet verplicht was om patiënte hiervan op de hoogte te stellen. Dat wordt niet anders doordat patiënte actief naar de risico’s van de ingreep heeft gevraagd. Deze vraag van patiënte maakt namelijk niet dat de verplichting die op grond van artikel 7:448 BW op het ziekenhuis ligt ruimer moet worden opgevat en wel zodanig dat zij patiënte van alle mogelijke risico’s van de ingreep op de hoogte moet stellen. Dit betekent dat het ziekenhuis niet aansprakelijk is voor de schade die patiënte heeft geleden en nog lijdt.

 

Klik hier voor het vonnis.
 

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868