Raad van State: Recht op vrije artsenkeuze bestaat niet

24-10-2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft afgelopen woensdag haar advies gezonden aan de Eerste Kamer inzake de voorgenomen wijziging van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet. De Raad van State acht de wijziging van artikel 13 Zvw passend binnen het stelsel van de Zorgverzekeringswet en acht de wijziging verenigbaar met het Europees recht. Het recht op vrije artsenkeuze bestaat volgens de Afdeling advisering van de Raad van State niet.

 

Artikel 13 Zvw voorziet op dit moment voor in natura verzekerde zorg in de mogelijkheid dat verzekeraars een lagere vergoeding dan 100% geven als hun verzekerden naar een niet-gecontracteerde aanbieder gaan, maar in de toelichting bij het artikel wordt gesteld dat die vergoeding niet zo laag mag zijn dat het voor de verzekerden een “hinderpaal” is om naar een niet-gecontracteerde zorgaanbieder te gaan. In de regel wordt een behandeling thans voor 75% tot 80% vergoedt (zie Gerechtshof 's-Hertogenbosch).

 

Uit de memorie van toelichting bij het voorliggende voorstel tot onder meer aanpassing van artikel 13 Zvw, blijkt dat de regering met het voorstel beoogt het "hinderpaal-criterium" te laten vervallen. Het voorstel stelt ten aanzien van naturapolissen voor het zowel voor binnenlandse als buitenlandse zorgaanbieders mogelijk te maken daarin te bepalen dat niet-gecontracteerde zorg in het geheel niet wordt vergoed. Daarmee wordt het volgens het voorstel in geval van een naturapolis ook mogelijk niet-gecontracteerde zorg in het buitenland niet meer te vergoeden. Op dit uitgangspunt wordt in artikel 13, tweede lid, Zvw een aantal uitzonderingen gemaakt. Recht op vergoeding van niet-gecontracteerde zorg bestaat wél bij acute zorg, wanneer de zorg of dienst niet op redelijke termijn of afstand beschikbaar is bij een gecontracteerde aanbieder, wanneer een contract met een zorgaanbieder is beëindigd maar de behandeling nog niet is afgerond, alsmede wanneer de zorgverzekeraar niet tijdig (voor het afsluiten van de polis voor het volgende jaar) kenbaar maakt met welke zorgaanbieders contracten zijn gesloten.

 

  • Wijziging verenigbaar met Europees recht

De Afdeling advisering geeft in haar advies aan dat op basis van het Unierecht sprake moet zijn van vrij verkeer van patienten en dat dit -gelet op de jurisprudentie van het HvJ EU-, vereist dat - kort gezegd - verzekerden met een naturapolis behandelingen die zij laten verrichten door instellingen in andere lidstaten vergoed krijgen onder dezelfde voorwaarden als behandelingen bij instellingen die in Nederland zijn gevestigd.  Zij overweegt - onder verwijzing naar de Hoge Raad -  dat het  "hinderpaal-criterium" waarvan het huidige artikel 13 Zvw uitgaat, niet als een eis van Unierecht kan worden aangemerkt.

 

Indien in Nederland  geen de vergoeding wordt betaald voor zorg verleend door een niet-gecontracteerde zorgaanbieder, dan geldt dat zowel voor binnenlandse als voor buitenlandse aanbieders. Daarmee is volgens de Afdeling voldaan aan de opzet van de richtlijn 2011/24/EU dat buitenlandse zorginstellingen op gelijke voet met binnenlandse zorginstellingen worden behandeld. Niet de nationaliteit of vestigingsplaats van de aanbieder is doorslaggevend voor de vraag of recht op vergoeding bestaat, maar de vraag of deze door de zorgverzekeraar is gecontracteerd.

 

  • Geen vrije artsenkeuze

Ten aanzien van de vrije artsenkeuze stelt de Afdeling advisering kort gezegd dat deze niet bestaat. Artikel 35 van het EU-Handvest voor de grondrechten garandeert het recht op gezondheidszorg. Ook de artikelen 11 en 13 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) bieden een dergelijke algemen aanspraak op gezondheidszorg. Volgens de Afdeling valt daaruit niet af te leiden dat een verzekerde aanspraak kan maken op een arts naar keuze.

 

De Afdeling miskent mijns inziens  de bijzonder aard van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. In het  algemeen wordt aangenomen dat een relatie tussen een zorgverlener en een patient een vertrouwensrelatie is, vergelijkbaar met die tussen een advocaat en zijn client. Het belang om zelf te kunnen kiezen met wie je als patient je gezondsheidsklachten bespreekt, is evident. Het huidige hinderpaalcriterium van artikel 13 Zvw maakt dat patiënten ook vrij zijn in hun keuze, zonder  te grote financiele belemmeringen.

 

De Afdeling stelt - net als minister Schippers - dat verzekerden in de nieuwe situatie een vrij artsenkeuze hebben als zij kiezen voor een restitutiepolis. Bij een naturapolis kiest de verzekerde ervoor de door de verzekeraar gestelde beperkingen in de vergoeding van zorg te aanvaarden. De beperkingen in de artsenkeuze zijn volgens de Afdeling dan ook vooral het gevolg van de door de verzekerde zelf gemaakte keuzes.

 

Op het feit dat restitutiepolissen nu reeds veel duurder zijn dan naturapolissen en dit verschil op termijn verder zal toenemen, gaat de Afdeling niet in. Dat grote groepen verzekerden in de praktijk niet de keuze zullen hebben tussen een naturapolis of een restitutiepolis, omdat de restitutiepolis voor hen onbetaalbaar zal blijken te zijn weegt de Afdeling niet mee. Dat is nu precies waar de schoen wringt!

 

  • Wel strijdig met Europees Recht

Het gevolg van de wijziging van artikel 13 Zvw zal in de praktijk zijn dat natura verzekerden (hetgeen het merendeel van de verzekerden betreft) zich niet meer tot een niet-gecontracteerde aanbieder kunnen wenden, omdat de kosten van de behandeling voor hen dan te hoog worden. Omdat de overheid op grond van Richtlijn (EU) nr. 2011/24 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg gehouden is te waarborgen dat een in het buitenland ontvangen behandeling wordt vergoed tot het bedrag dat zou worden vergoed indien de behandeling in de lidstaat van aansluiting was verleend, kan de door de Minister voorgestelde wijziging van artikel 13 Zvw naar mijn overtuiging geen standhouden. De belemmering die voor patienten wordt opgeworpen om zich te wenden tot een niet-gecontracteerde zorgaanbieder, is strijdig met Europees recht.

 

  • Politiek is aan zet

Het is aan de Eerste Kamer om te bezien of het recht op vrije artsenkeuze niet wettelijk verankerd moet blijven in artikel 13 Zvw.

 

Voor het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, klik hier.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868