Registratie van werking homeopathisch middel in strijd met WMOM?

05-01-2017

De Inspectie voor de Gezondheidszorg diende een tuchtklacht in tegen een homeopathisch arts die meewerkte aan de ontwikkeling van een homeopathisch geneesmiddel dat positieve effecten zou hebben op patiƫnten met hiv of aids. Volgens de IGZ is dit handelen in strijd met de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.

 

De (basis)arts voor homeopathie heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van een homeopathisch middel met positieve effecten op hiv- of aidspatiënten. Het middel is gratis verspreid in Afrikaanse landen en de arts heeft een behandelaar in één van die landen gevraagd om de resultaten van de toepassing van het middel bij te houden. Die resultaten zijn verwerkt in een rapport dat vervolgens is gepubliceerd. Dat was voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) aanleiding om een tuchtklacht in te dienen. De IGZ stelde dat de arts heeft gehandeld in strijd met de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMOM) en dat zijn praktijkvoering in niet aan de normen voldoet. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (RTG) wijst de klacht op alle punten af.

 

De tuchtklacht valt in drie klachtonderdelen uiteen:

  • Bij het onderzoek met hiv-patiënten in Afrika zijn fundamentele rechten van kwetsbare patiënten bij medisch-wetenschappelijk onderzoek geschonden;
  • Door uitlatingen op internet over het homeopathisch middel is ten onrechte de indruk gewekt dat het middel in de plaats zou kunnen komen van reguliere anti-hiv-medicatie;
  • Bij de praktijkvoering in Nederland is de KNMG-gedragsregel ‘De arts en niet reguliere behandelwijzen’ geschonden door patiënten onvoldoende het verschil tussen reguliere en niet-reguliere behandelwijzen duidelijk te maken.

 

IGZ wel ontvankelijk?

Nu het verweten handelen van de arts in het buitenland heeft plaatsgevonden, is de eerste vraag of de IGZ wel ontvankelijk is. Het RTG beantwoordt die vraag bevestigend. Het handelen heeft voldoende weerslag (gehad) op de individuele gezondheidszorg, mede gezien de Nederlandse publiciteit omtrent het onderzoek en de uitlatingen daarover door de arts in de pers.

 

Medisch-wetenschappelijk onderzoek?

Is er wel sprake van medisch-wetenschappelijk onderzoek? De WMOM heeft betrekking op proefondervindelijk wetenschappelijk onderzoek met mensen. Volgens het RTG is niet vast komen te staan dat de Afrikaanse patiënten zijn afgehouden van reguliere medicatie (als die al te verkrijgen was en als zij daarvoor al in aanmerking kwamen). Dat de arts in het kader van de behandeling in Afrika heeft gevraagd om de effecten van het middel op de gezondheid van patiënten te registeren, maakt volgens het RTG nog niet dat sprake is van medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.

 

Uitlatingen over het homeopathisch geneesmiddel

De arts noteerde in het rapport – ná de vermelding dat er geen bezwaar is tegen de combinatie van de reguliere medicatie met het homeopathisch middel – dat de werking van het homeopathisch middel positief is en dat de reguliere anti-hiv-medicatie wellicht ‘uitgesteld’ kan worden. Dit leidt volgens het RTG niet tot de conclusie dat de arts daarmee in strijd heeft gehandeld met de KNMG-gedragsregel. Deze regel ziet immers op de behandelrelatie tussen arts en patiënt, waarvan geen sprake is nu de arts niet de behandelaar was van de Afrikaanse patiënten.

 

Praktijkvoering in Nederland

De arts presenteert zich naar buiten als ‘arts voor homeopathie’, zijn patiënten weten dat en kiezen voor deze wijze van behandeling. Naar het oordeel van het RTG is niet gebleken dat patiënten van de arts onvoldoende zijn voorgelicht en/of dat de arts zijn patiënten van de reguliere behandelwijze heeft afgehouden. De klacht wordt dan ook in alle onderdelen ongegrond verklaard.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871