Samenwerken in de huisartsenzorg

09-06-2015

De mededingingswet stelt beperkingen aan de mogelijkheid voor huisartsen om samen te werken en bijvoorbeeld om samen te onderhandelen met de zorgverzekeraars. Huisartsen voelen zich hierdoor beperkt in de mogelijkheid om kwalitatief goede zorg te leveren. De bijval die het Actiecomité Het Roer Moet Om kreeg op hun voorstel om de huisartsenzorg onder de Mededingingswet uit te halen, toont dat het onderwerp leeft.

 

Voor veel huisartsen is niet duidelijk welke vormen van samenwerking binnen het kader van de mededingingswet zijn toegestaan en welke niet. Om hierin enige houvast te bieden, heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) enkele door de LHV aangedragen praktijksituaties beoordeeld. Het basisprincipe van de mededingingswet en in het bijzonder het kartelverbod wordt hierbij aan de hand van casuïstiek toegelicht. Klik hier voor de beoordeling van de ACM.

 

Kartelverbod

Ingevolge het kartelverbod zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden. Dat betekent dat huisartsen die elkaars concurrenten zijn in beginsel geen samenwerking mogen aangaan waarbij zij gezamenlijk hun ondernemersbelangen verdedigen en onderhandelen met zorgverzekeraars over tarieven e.d.

 

Bagatel

In artikel 7 van de mededingingswet is een bagatelvrijstelling opgenomen, onder welke grenzen afspraken niet worden gezien als een inbreuk op het kartelverbod. Zo is het kartelverbod niet van toepassing op afspraken tussen ondernemingen (zoals zelfstandig gevestigde huisartsen) die van ‘ondergeschikte betekenis’ zijn. Dit is volgens de wetgever (en voor zover hier relevant) het geval bij afspraken tussen maximaal 8 ondernemingen met een gezamenlijke jaaromzet van maximaal EUR 1,1 mln. Aanvullend geldt dat het kartelverbod ook niet van toepassing is op afspraken waarbij de betrokken ondernemingen gezamenlijk over niet meer dan 10% marktaandeel beschikken. In de praktijk zal deze bagatelregeling met betrekking tot de huisartsenzorg een vrijstelling van het kartelverbod betekenen voor afspraken tussen ten hoogste 3 à 4 zelfstandig gevestigde huisartsen.

 

Medisch inhoudelijk

Samenwerkingen op medisch inhoudelijke gronden die voordelen opleveren voor patiënten en verzekerden zijn onder omstandigheden wel toegestaan. Gezamenlijk onderhandelen met de zorgverzekeraar over vakinhoudelijke aspecten en bijvoorbeeld de ontwikkeling van innovatieve zorg is toegestaan. Het is uiteindelijk aan de zorgverzekeraar om de plannen van de huisartsen te wegen en daar een passend tarief aan te verbinden. Huisartsen moeten individueel afwegen of het tarief ook passend is bij de eigen bedrijfsvoering.

 

Blijf alert

De casuïstiek en de beantwoording van de ACM geeft duidelijk het spanningsveld weer tussen de zorginhoudelijke kant van de huisartsenzorg en de ondernemerskant. De verwevenheid tussen beide onderdelen is een probleem en maakt dat  het onderscheid tussen wat op grond van de mededingingswet toelaatbaar is en wat niet in de praktijk voor huisartsen veelal lastig bepaalbaar zal zijn. Bij iedere voorgenomen samenwerking blijft dan ook het devies om alle relevante aspecten van de samenwerking goed in kaart te brengen en de samenwerking te toetsten aan de mededingingswet.

 

Mr. Niels van den Burg

n.vandenburg@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 868