Smart en geld

02-02-2018

Gaan de smartengeldvergoedingen in Nederland daadwerkelijk omhoog?

 

In deze zaak loopt een 62-jarige vrouw bij een verkeersongeval met een racefiets een dwarslaesie op.

De vrouw vordert van de aansprakelijke verzekeraar een smartengeldvergoeding van € 200.000,00.

Volgens de verzekeraar vraagt de vrouw om een buitenproportionele smartengeldvergoeding die niet past in het huidige stelsel en niet past bij de huidige stand van zaken in de jurisprudentie. De verzekeraar heeft al € 150.000,00 aan smartengeld betaald en stelt daarmee aan haar verplichtingen te hebben voldaan.

 

De rechtbank moet het smartengeld naar billijkheid vaststellen. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden, waaronder de aard en de ernst van het letsel, de duur en de intensiteit van het verdriet en de gederfde levensvreugde. De rechter mag daarbij kijken naar bedragen die rechters zowel in het binnenland als in het buitenland toekennen. Smartengeld heeft een compensatiefunctie en de functie van genoegdoening. Vergoeding van smartengeld is de enige manier om het slachtoffer, aan wie men niet rechtstreeks verloren vreugde kan verschaffen, compensatie te bieden voor het leed dat deze (dagelijks) ondervindt. Op basis van vergelijkbare en minder vergelijkbare gevallen in de jurisprudentie en de discussie die er in de literatuur plaatsvindt, komt de rechtbank tot de conclusie dat in dit geval een smartengeldvergoeding van € 150.000,00 billijk en passend is. Hierbij let de rechtbank ook nadrukkelijk op het feit dat in de jurisprudentie eerder is beslist dat smartengeldbedragen op grond van maatschappelijke ontwikkelingen met 10% verhoogd kunnen worden. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verzekeraar met de betaling van € 150.000,00 aan haar verplichtingen heeft voldaan. Het verzoek van de vrouw om € 200.000,00 toe te kennen wordt afgewezen.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat rechters in Nederland geneigd zijn om smartengeldvergoedingen geleidelijk aan te verhogen. De vuistregel daarbij lijkt te zijn een verhoging van 10% van de bedragen die in het verleden in vergelijkbare gevallen werden toegekend. De rechter is bij het bepalen van het bedrag aan smartengeld sterk afhankelijk van feitelijke informatie die door het slachtoffer wordt aangevoerd over de aard en de ernst van het letsel en het leed dat het slachtoffer daarvan dagelijks ondervindt. Het betreft al met al een zeer feitelijke aangelegenheid waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn. Maatwerk dus.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866