Superviserend arts aansprakelijk?

12-01-2018

Hoe ver reikt de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van een superviserend arts?

 

De ouders van een kort na de geboorte overleden baby dienen een tuchtklacht in tegen een gynaecoloog.

De aanstaande moeder was gedurende de zwangerschap in het ziekenhuis gezien wegens bloedverlies. Bij onderzoek werd onder meer een vasa praevia vastgesteld (= situatie waarbij één of meer foetale bloedvaten van de placenta of navelstreng voor de geboorte-uitgang liggen) . De moeder werd verwezen naar het ziekenhuis. Bij vervolg (echo-)onderzoek bleek eerst wel en later geen sprake meer van een vasa praevia.

De behandelend gynaecoloog had een medische indicatie voor bevallen in het ziekenhuis gesteld vanwege (zwangerschap-)diabetes.

De aangeklaagde gynaecoloog was die week weekgynaecoloog en zijn dienst startte om 08.00 uur en eindigde om 16.45 uur. Rond 16.30 uur trad er bij de moeder bloedverlies op. De moeder werd aan het CTG aangesloten en korte tijd later werd besloten tot een spoedkeizersnede. De baby werd in slechte toestand geboren en kwam korte tijd later te overlijden.

 

De klacht hield in dat de superviserend gynaecoloog sub standard care had geleverd. De communicatie op de afdeling was volgens de ouders niet goed omdat de gynaecoloog (te) laat werd geïnformeerd.

Het tuchtcollege wijst de klacht af. De medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen was zwangerschapsdiabetes. Er was met de ouders een natuurlijke bevalling besproken en een andere collega had vastgesteld dat de moeder in beginsel op natuurlijke weg kon bevallen.

Vast staat dat de superviserend gynaecoloog tot de overdracht van zijn dienst, ondanks het zich voordoen van een alarmsymptoom (bloedverlies) en ondanks voornoemde afspraken, geen enkel signaal heeft ontvangen dat het met moeder en/of ongeboren kind niet goed ging. Gelet op de duidelijke afspraken die er waren voor alle teamleden van de afdeling verloskunde mocht de superviserend gynaecoloog er op vertrouwen dat hij zou worden geïnformeerd indien zich een situatie van vaginaal bloedverlies, zeker in combinatie met een afwijkend CTG, zou voordoen.

 

De les die uit deze uitspraak voortvloeit is, dat de tuchtrechtelijke eindverantwoordelijkheid niet zo ver gaat dat wanneer andere bij de behandeling van de patiënte betrokken zorgverleners in afwijking van gemaakte afspraken handelen, de supervisor hiervoor verantwoordelijkheid draagt. Aan het tuchtrecht ligt immers het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid ten grondslag. Hier trof de superviserend gynaecoloog geen persoonlijk verwijt omdat hij over de plotseling optredende alarmsymptomen niet was geïnformeerd. Deze uitspraak benadrukt het belang van goede werkafspraken over de diverse verantwoordelijkheden van zorgverleners binnen een behandelteam.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871