Systeem elektronische uitwisseling patiëntengegevens vooralsnog aanvaardbaar

07-12-2017

Op 1 december jl. heeft de Hoge Raad de klachten tegen het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de elektronische uitwisseling van patiƫntengegevens, de zogenaamde zorginfrastructuur, afgewezen. Het hof had geoordeeld dat die uitwisseling thans aanvaardbaar is. De Hoge Raad laat dat oordeel in stand.

 

De zorginfrastructuur

De zorginfrastructuur geeft waarnemend huisartsen toegang tot een huisartsenwaarneemdossier (HWD) van een aangesloten huisarts. In het HWD staan persoonlijke gegevens van de betrokken patiënt, een overzicht van de door de apotheek verstrekte medicijnen, en een uit het dossier van de huisarts gegenereerde professionele samenvatting (waaronder gegevens over medicatie, intoleranties, contra-indicaties en allergieën). Verantwoordelijke partij voor de zorginfrastructuur is de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ). De zorginfrastructuur is een doorstart van het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) voor zorgaanbieders. Het wetsvoorstel voor het EPD heeft de Eerste Kamer in 2011 verworpen.

 

Bezwaren: uitwisseling gaat te ver

De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen (VPH), enkele huisartsen en een patiënt stelden zich op het standpunt dat de zorginfrastructuur onrechtmatig is. De wijze van uitwisseling van medische gegevens zou onverenigbaar zijn met het recht op privacy van patiënten, de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en het medisch beroepsgeheim van huisartsen, vanwege strijd met het uitgangspunt dat de hulpverlener slechts medische informatie deelt met anderen voor zover dat noodzakelijk is in het kader van goede zorgverlening.

 

Hof: zorginfrastructuur vooralsnog aanvaardbaar

In navolging van de rechtbank stelde ook het hof VPH c.s. in het ongelijk. Het hof oordeelde dat de inrichting van de zorginfrastructuur thans aanvaardbaar omdat zij berust op in vrijheid gegeven, voldoende specifieke, toestemming van de betrokken patiënten. Het hof heeft daarbij echter onderkend dat de zorginfrastructuur ook kan worden ingericht op een wijze waarbij meer onderscheid tussen (soorten) gegevens en (categorieën) zorgaanbieders kan worden gemaakt, en waarbij in het bijzonder gegevensuitwisseling op basis van toestemming bij voorbaat desgewenst kan worden beperkt tot spoedeisende gevallen. In het oordeel van het hof ligt besloten dat deze inrichting meer en beter in overeenstemming is met de beginselen die aan de Privacyrichtlijn en de Wbp ten grondslag liggen, maar ten tijde van het wijzen van de uitspraak door het hof nog niet van VZVZ kon worden geëist. Van VZVZ mag volgens het hof wel worden verwacht dat zij, zodra dit voor haar technisch mogelijk en uitvoerbaar is, het systeem aanpast door daarin meer keuzevrijheid te bieden.

 

Hoge Raad: oordeel hof niet onbegrijpelijk

De Hoge Raad oordeelt dat de overwegingen van het hof niet onbegrijpelijk zijn. Daarbij merkt de Hoge Raad nog op dat gelet op de ambities van VZVZ met het systeem en de veranderingen in de regelgeving, waarbij ‘privacy by design’ en ‘privacy by default’ uitdrukkelijk tot uitgangspunt zijn genomen (art. 25 leden 1 en 2 Algemene verordening gegevensbescherming; van toepassing per 25 mei 2018), eens te meer in de rede ligt wat het hof van VZVZ verwacht.

 

Klik hier voor de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:3053). 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845