Toets aan de tweede tuchtnorm

10-04-2017

Klaagster heeft borstkanker en werd bestraald met behulp van een elektronenmal. Door een verwisseling van mallen is klaagster 12 keer met een verkeerde mal bestraald. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de protocollen ten tijde van het gebruik van de onjuiste mal niet voldeden aan de daaraan te stellen eisen. Het afdelingshoofd van de afdeling Radiotherapie wordt hiervoor -op grond van de tweede tuchtnorm- verantwoordelijk geacht en krijgt een waarschuwing opgelegd.

 

Gebruik verkeerde mal bij bestraling

Bij klaagster werd in juni 2013 een tumor in haar rechterborst geconstateerd. Zij werd hiervoor behandeld met chemotherapie en er werd een borstsparende operatie en een heroperatie uitgevoerd. Het vervolgbeleid bestond uit bestraling. Door een fout van een tot op heden onbekend gebleven medewerker is klaagster in totaal 12 keer met gebruik van een verkeerde elektronenmal bestraald. Later bleek dat de verwisseling van de mallen, voor wat betreft de stralingsdosis, geen nadelige consequenties voor klaagster heeft gehad.

 

Klaagster heeft twee radiotherapeuten en de betrokken arts-assistent (in opleiding) aangeklaagd. De ene radiotherapeut was op het moment van de behandeling supervisor en staflid, de andere radiotherapeut was niet bij de behandeling betrokken maar was wel afdelingshoofd van de afdeling Radiotherapie.

 

Protocol voldeed niet aan de daaraan te stellen eisen

Klaagster stelde dat het gebruik van de verkeerde mal (onder meer) het gevolg was van het niet naleven van de daarvoor bestemde protocollen en dat de protocollen bovendien niet voldeden aan de daaraan te stellen eisen.

 

Dat de protocollen ten tijde van het gebruik van de onjuiste mal niet aan daaraan in redelijkheid te stellen eisen voldeden, was ook het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Het RTC overwoog dat de enkele omstandigheid dat de destijds geldende protocollen door Joint Commission International (JCI) of een eigen wetenschappelijke vereniging niet als onvoldoende beoordeeld zijn, niet betekent dat de protocollen om die reden wel voldeden aan de daaraan in redelijkheid te stellen eisen. Omdat het ontbrak aan een waarborg voor voldoende identificeerbaarheid van de te gebruiken mallen, voldeden de protocollen volgens het RTC namelijk niet. De protocollen schoten tekort, wat van invloed kon en kan zijn op de individuele gezondheidszorg, aldus het RTC.

 

Geen tuchtmaatregel voor staflid/supervisor en arts-assistent

Ondanks dat het staflid door het RTC wel werd gezien als medeverantwoordelijk voor de organisatie en de kwaliteit van de geleverde zorg, waaronder het gebruik van (on)deugdelijke protocollen, kon dat naar oordeel van het RTC niet leiden tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het staflid had immers eerder geen signalen gekregen dat de protocollen onvoldoende zouden zijn waardoor actie door hem geboden was. Naar oordeel van het RTC mocht het staflid wat dat betreft daarom vertrouwen op het afdelingshoofd. Ook de arts-assistent valt volgens het RTC geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

 

Beoordeling op grond van de tweede tuchtnorm

Het afdelingshoofd werd daarentegen wel een tuchtrechtelijke maatregel (waarschuwing) opgelegd. Ondanks dat het afdelingshoofd niet bij de behandeling betrokken was, handelde hij vanuit zijn functie van afdelingshoofd van de afdeling Radiotherapie. Het RTC beoordeelde zijn handelen aan de hand van de tweede tuchtnorm (art. 47 lid 1 sub b Wet BIG). De tuchtnormen betreffen niet alleen handelen of nalaten in strijd met de zorgvuldigheid die een beroepsbeoefenaar behoort te betrachten, maar ook enig handelen of nalaten in strijd het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Dat laatste handelen kan ook tot tuchtrechtelijke verwijtbaarheid leiden mits het handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg. Naar oordeel van het RTC is dat laatste het geval: de protocollen voldeden niet en dat heeft invloed (gehad) op de individuele gezondheidszorg. Daar is het afdelingshoofd verantwoordelijk voor, aldus het RTC.

 

Mr. ChiChi de Haan

cim.dehaan@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 812