Verjaring: feest voor juristen?

05-03-2018

Hoe gaat de rechter in de praktijk om met verjaringsvraagstukken?

 

Hoge Raad 26 januari 2018

ECLI:NL:HR:2018:108

 

Een bedrijfsleider bij een autobedrijf glijdt in 1998 uit in de wasstraat en raakt arbeidsongeschikt. De verzekeraar van het autobedrijf erkent in 2001 aansprakelijkheid. Er wordt onderhandeld en er worden voorschotten uitgekeerd. Partijen komen niet tot een eindregeling. De bedrijfsleider start in 2011 een procedure bij de kantonrechter tegen zijn inmiddels voormalige werkgever. Hij vordert schadevergoeding van ruim € 400.000,00. De werkgever beroept zich op verjaring van de vordering omdat deze werd ingesteld meer dan vijf jaar nadat de aansprakelijkheid was erkend. De bedrijfsleider stelt dat de verjaring tijdig en rechtsgeldig is gestuit door het sturen van aanmaningen aan een door de verzekeraar ingeschakeld schaderegelingsbureau, waardoor een nieuwe termijn van vijf jaar is gaan lopen.

Zowel de kantonrechter als het gerechtshof honoreren het beroep op verjaring omdat de aanmaningen niet aan het autobedrijf zélf waren gericht.

De Hoge Raad komt in 2018 in cassatie tot een ander oordeel.

De bedrijfsleider mocht er op vertrouwen dat de verzekeraar als vertegenwoordiger van het garagebedrijf optrad. De verzekeraar had namens het autobedrijf aansprakelijkheid erkend waardoor de aansprakelijkheidsvraag niet meer ter discussie stond; uitsluitend de omvang van de schade was nog aan de orde. Het gegeven dat de verzekeraar erkende dat de bedrijfsleider aanspraak had op een hogere vergoeding dan reeds (zonder voorbehoud) aan voorschotten was betaald, was voldoende voor stuiting van de lopende verjaring. Hierbij is niet van belang dat over de omvang van de resterende schade nog geen overeenstemming bestond. De bedrijfsleider had zijn vordering dus tijdig ingesteld en deze moet twintig jaar na het ongeval alsnog door de rechter inhoudelijk worden beoordeeld.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat verjaring en stuiting taaie juridische vraagstukken zijn. Als een vordering is verjaard kan deze door de schuldeiser niet meer geldend worden gemaakt. Een vordering tot schadevergoeding verjaart in het algemeen vijf jaar nadat de benadeelde met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geraakt. Een dergelijke vordering kan ook worden gestuit. Hierdoor begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Stuiten kan plaats vinden door erkenning van aansprakelijkheid door de schuldenaar, door een uitdrukkelijke schriftelijke mededeling door de schuldeiser maar kan ook uit de context waarin mededelingen over en weer zijn gedaan worden afgeleid. Kortom: alle omstandigheden zijn van belang. Hierbij kunnen details best wel eens de doorslag geven of er reden is voor een feestje of niet.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866