Vernietiging van medische dossiers

15-12-2017

Hoe moet een arts omgaan met een verzoek van een patiƫnt om vernietiging van zijn medisch dossier?

 

Een patiënt vraagt zijn huisarts medio juni 2014 om vernietiging van zijn medisch dossier. De patiënt stuurt hierna nog drie brieven met de vraag of het dossier inmiddels is vernietigd. De huisarts reageert aanvankelijk niet, maar laat half oktober 2014 weten dat het dossier is vernietigd.

De patiënt beklaagt zich bij het tuchtcollege.

 

Het tuchtcollege verwijst naar de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens.’ In deze richtlijn is bepaald dat het vernietigingsrecht voortvloeit uit de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De patiënt heeft het recht om patiëntgegevens die op hem betrekking hebben te laten vernietigen. Een verzoek daartoe dient in beginsel binnen drie maanden te worden gehonoreerd.

 

Op het vernietigingsrecht van de patiënt bestaan vier uitzonderingen: a) een andere wet schrijft een afwijkende bewaartermijn voor, waarbinnen de gegevens niet vernietigd mogen worden (zoals de Wet Bopz), b) een ander dan de patiënt heeft een aanmerkelijk belang bij het bewaren van de gegevens (zoals de arts zelf die een klacht of een claim van de patiënt verwacht), c) de vernietiging belemmert goed hulpverlenerschap (bijvoorbeeld  in de situatie dat een ouder informatie over vermeende mishandeling uit het dossier van een kind wil laten verwijderen) of d) de WGBO is slechts ten dele van toepassing (zoals bij keuringen).

 

De huisarts verweerde zich in de tuchtzaak met de stelling dat hij niet heeft gereageerd op de verzoeken om vernietiging, omdat hij niet wist wat hij met deze verzoeken moest doen en om een door hem verwachte en gevreesde moeizame discussie met de patiënt uit de weg te gaan.

 

Het tuchtcollege vindt dat de huisarts onvoldoende blijk heeft gegeven van een zorgvuldige afweging doordat hij niet met de patiënt in gesprek is gegaan en de patiënt niet over zijn besluit en afwegingen heeft geïnformeerd.

Het tuchtcollege acht de klacht gegrond en de huisarts krijgt (ook in verband met andere tekortkomingen in de hulpverlening) de maatregel van een berisping opgelegd.

 

De les die uit deze uitspraak voortvloeit is, dat een arts zorgvuldig met een verzoek van een patiënt om vernietiging van het medisch dossier moet omgaan. Aangeraden wordt om het verzoek tot vernietiging schriftelijk te laten indienen zodat dit later kan worden geverifieerd. De arts moet vervolgens nagaan of zich een uitzondering op het vernietigingsrecht voordoet. Zo niet, dan moet binnen drie maanden na het verzoek tot vernietiging worden overgegaan. Doet zich een uitzondering op het vernietigingsrecht voor, dan is het verstandig dat de patiënt dat schriftelijk en gemotiveerd te berichten.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871