Verpleeghuis mag bezoekregeling treffen

02-11-2015

Een vrouwelijke patiënte verblijft op basis van een BOPZ-indicatie op een gesloten afdeling voor dementerende patiënten van een verpleeghuis. De zoon van deze patiënte is door de instelling aanvankelijk de toegang tot het verpleeghuis geweigerd in verband met zijn houding en gedrag jegens zijn moeder.

 

Voorts heeft de instelling aangifte tegen de zoon gedaan bij de politie wegens mishandeling van zijn moeder. Het verpleeghuis is later bereid de zoon bij zijn moeder toe te laten, behalve op de gesloten afdeling en op haar kamer. In kort geding vordert de zoon dat hij onbegeleid zijn moeder in haar privé-omgeving kan bezoeken en dat het verpleeghuis daaraan geen voorwaarden mag verbinden. Door voorwaarden aan de bezoekregeling te verbinden handelt het verpleeghuis volgens de zoon onrechtmatig. De voorzieningenrechter leidt uit het dossier af dat voldoende vaststaat dat de zoon door zijn gedrag en bejegening van de zorgverleners al gedurende langere tijd onrust heeft veroorzaakt op de afdeling waar zijn moeder verblijft. Door het gedrag van de zoon is het verpleeghuis niet in staat een veilige en rustige woon- en werkomgeving voor haar bewoners en haar medewerkers te waarborgen. Het belang van de zoon om zijn moeder onbeperkt te kunnen bezoeken op de afdeling moet in dit geval dan ook wijken voor het belang van het verpleeghuis om een rustige en veilige woon- en werkomgeving te kunnen bieden aan haar bewoners en medewerkers. Een beroep op artikel 8 EVRM – dat recht biedt op ‘family life’ – gaat in dit geval niet op, nu de beperking van de bezoekregeling is ingesteld om rust op de afdeling te creëren voor het personeel en de bewoners. Het verpleeghuis is bereid toe te staan dat de zoon zijn moeder iedere dag van de week binnen de openingstijden van de receptie kan bezoeken, waarbij zij door medewerkers van de afdeling naar beneden wordt gebracht en gehaald. De rechter onderschrijft het besluit van het verpleeghuis dat de zoon niet zal worden toegelaten op de gesloten afdeling en op de kamer van de moeder. De vordering van de zoon wordt dan ook afgewezen. Deze uitspraak laat zien dat instellingen in de gezondheidszorg mogelijkheden en middelen hebben om bezoekregelingen te treffen en dat in het uiterste geval ook een toegangsverbod aan bijvoorbeeld familieleden kan worden opgelegd.

 

Klik hier voor de uitspraak.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871