Verzoek schorsing voorgenomen publicatie aanwijzing NZa gedeeltelijk toegewezen

30-01-2012

Op 23 januari 2011 heeft de Voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) het verzoek om een door de NZa voorgenomen onverwijlde publicatie van een gegeven aanwijzing te schorsen, gedeeltelijk toegewezen. Alleen het deel van de aanwijzing dat betrekking heeft op de overtreding van artikel 35 Wet Marktordening Gezondheidszorg (hierna: Wmg) mag worden gepubliceerd, niet het deel dat ziet op de ongedaanmaking van de gevolgen van de overtreding.

 

In deze zaak ging het om het volgende. Verzoekster, een orthodontiepraktijk, zou in de jaren 2009 en 2010 ten onrechte een prestatiecode in rekening hebben gebracht die niet op orthodontiebehandelingen van toepassing is. De NZa heeft een onderzoek ingesteld en geconcludeerd dat verzoekster artikel 35 lid 1 Wet Marktordening Gezondheidszorg (hierna: Wmg) heeft overtreden. In dit artikel is onder meer bepaald dat het een zorgaanbieder verboden is een tarief in rekening te brengen dat niet overeenkomt met het tarief dat voor een bepaalde prestatie is vastgesteld.

 

Vanwege deze overtreding heeft de NZa aan verzoekster een aanwijzing opgelegd, kort gezegd strekkende tot enerzijds naleving van artikel 35 Wmg en anderzijds de ongedaanmaking van de geconstateerde overtredingen, bijvoorbeeld door de in dit kader ten onrechte in rekening gebrachte bedragen aan patiënten of hun verzekeraars terug te betalen. Daarbij heeft de NZa besloten de aanwijzing vijf werkdagen na dagtekening daarvan te publiceren. Tegen dit besluit heeft verweerster bezwaar gemaakt. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter verzocht de door de NZa voorgenomen openbaarmaking van de aanwijzing te schorsen.

 

De voorzieningenrechter heeft het schorsingsverzoek gedeeltelijk toegewezen. In dit verband maakt de voorzieningenrechter onderscheid tussen enerzijds het gebod tot naleving van artikel 35 Wmg en anderzijds de ongedaanmaking van de gevolgen van de overtreding.

 

De voorzieningenrechter acht de conclusie dat verzoekster artkel 35 Wmg heeft overtreden terecht. De voorzieningenrechter vindt het niet aannemelijk dat de declaratie van de prestatiecode in kwestie gerechtvaardigd was, gezien de complexiteit van de betreffende prestatie en het aantal malen dat de prestatiecode is gedeclareerd. In dit licht is volgens de voorzieningenrechter van een premature en onzorgvuldige publicatie geen sprake.

 

Het deel van de aanwijzing dat betrekking heeft op de ongedaanmaking van de gevolgen van de overtreding voldoet volgens de voorzieningenrechter niet aan de wettelijke vereisten, omdat in het besluit van de NZa geen termijn is gesteld waarbinnen verzoekster de gevolgen ongedaan zou dienen te maken. Op grond van artikel 79 Wmg had de NZa wel een termijn dienen op te nemen. De voorzieningerechter laat in het midden of de NZa op grond van de Wmg de bevoegdheid toekomt bij een aanwijzing te bepalen dat bedragen die volgens haar ten onrechte in rekening zijn gebracht moeten worden gerestitueerd aan patiënten of verzekeraars. 

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

 


 

 

Mr. Erik Luijendijk

e.luijendijk@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 845