Vordering babyverwisseling verjaard

08-08-2016

In 2015 heeft een man die in 2013 door DNA-onderzoek heeft ontdekt dat hij in 1953 als baby is verwisseld het ziekenhuis aansprakelijk gesteld. Inmiddels heeft de rechter over de zaak geoordeeld en zijn de vorderingen van de man tegen het ziekenhuis afgewezen.

 

Vordering verjaard

 

Het ziekenhuis heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de man is verjaard. Daarbij heeft zij een beroep gedaan op de absolute verjaringstermijn. De rechter heeft vastgesteld dat in deze kwestie de verjaringstermijn van dertig jaar toepasselijk is. Deze termijn is in 1983 voltooid. De rechter oordeelt dan ook dat de vordering is verjaard.

 

Geen doorbreking van de verjaring

 

De man heeft betoogd dat een beroep op de absolute verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

 

Bij de beoordeling stelt de rechter voorop dat de ratio van de verjaring is gelegen in de rechtszekerheid. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan sprake zijn van onaanvaardbaarheid.

 

Hoewel de rechter oog heeft voor het menselijke aspect en expliciet overweegt dat “zij vanuit persoonlijk perspectief van benadeelde alleszins begrijpt dat de uitzonderlijke omstandigheid dat hij ná een periode van 60 jaar ongevraagd geconfronteerd is met het feit dat hij als baby is verwisseld een bijzonder impact heeft op zijn leven" wordt conform vaste rechtspraak getoetst aan de gezichtspunten van de Hoge Raad.

 

In zijn arrest van 28 april 2000 heeft de Hoge Raad zeven gezichtspunten geformuleerd waaraan het beroep op doorbreking van de verjaring dient te worden getoetst.

 

De rechter concludeert dat slechts één van de zeven gezichtspunten voor doorbreking pleit. Het betreft de omstandigheid dat de man ogenschijnlijk geen aanspraak kan maken op schadevergoeding of uitkering uit andere hoofde. Dit is naar het oordeel van de rechter echter niet een omstandigheid die dermate zwaar gewicht in de schaal ten gunste van de man legt, dat dit dient te leiden tot doorbreking van de verjaringsregel.

 

De volledige motivering van de rechter is te lezen in het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 6 juli 2016.

 

Mr. Marjolijn Gregoor

ma.gregoor@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 813