De medische machtiging en minderjarigen: schending van privacy?

31-05-2018

Is een arts verantwoordelijk voor het voldoen aan de wettelijke vereisten van een medische machtiging?

 

Via een materiële controle toetsen zorgverzekeraars achteraf of de zorg aan hun verzekerden rechtmatig en doelmatig is geleverd. In de zaak die hier aan de orde is, wil een tandheelkundig adviseur in loondienst van een zorgverzekeraar een detailcontrole inzetten op een groep jeugdige verzekerden bij wie een tandarts röntgenfoto’s heeft gemaakt. De detailcontrole vereist gebruik van persoonlijke gegevens over de gezondheid van de verzekerde.

Het op dit moment zeer actuele recht op privacy brengt met zich dat een hulpverlener in beginsel geen gegevens over (de gezondheid van) een patiënt aan derden mag verstrekken. Er zijn twee situaties die op het beroepsgeheim van hulpverleners een uitzondering vormen:

  • Indien de patiënt toestemming heeft gegeven tot het verstrekken van informatie; of
  • Indien de hulpverlener op grond van een wettelijke regeling verplicht is inlichtingen of bescheiden over een patiënt te verstrekken; of

Op grond van art. 87 Zorgverzekeringswet is een zorgverlener die een contactuele relatie heeft met een zorgverzekeraar verplicht om medische informatie te verstrekken ten behoeve van een materiële controle. De zorgverzekeraar is er in deze zaak per abuis vanuit gegaan dat van een contractuele relatie geen sprake was. De zorgverzekeraar heeft daarom de individuele verzekerden, onder wie minderjarige patiënten, laten aanschrijven met het verzoek toestemming te geven tot inzage in hun medisch dossier via een medische machtiging.

Uit artikel 7:447 BW volgt dat minderjarigen vanaf hun zestiende bekwaam worden geacht voor het aangaan van een geneeskundige behandelingsovereenkomst en daarmee voor het uitoefenen van patiëntenrechten. Dit houdt in dat deze groep minderjarigen zelf moet kunnen beslissen om al dan niet toestemming te verlenen via een medische machtiging om informatie aan derden te verstrekken. Voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar is dubbele toestemming vereist: de schriftelijke toestemming om gegevens aan derden te verstrekken moet zowel door het kind als de wettelijk vertegenwoordiger(s) worden ondertekend, zo stelt art. 7:450 lid 2 BW.

Het Centraal Tuchtcollege stelt hier vast dat de zorgverzekeraar een beleid hanteert voor het aanschrijven van minderjarigen dat niet overeenkomt met de wet. Bij een verzekerde van 12-15 jaar worden de ouders aangeschreven met het verzoek de medische machtiging te ondertekenen. De verzekeraar moet in een dergelijk geval ook om de toestemming van de minderjarige patiënt zelf vragen, anders maakt de verzekeraar inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het patiëntje.

De klacht tegen de tandheelkundig adviseur wordt uiteindelijk als ongegrond afgedaan om drie redenen. Allereerst zijn de machtigingen per abuis verzonden. De tandheelkundig adviseur zou vanwege de contractuele relatie ook zonder toestemming toegang hebben gehad tot de medische informatie. Daarnaast is niet komen vast te staan dat de adviseur betrokken is geweest bij het opstellen van de verzonden machtigingen, omdat hij pas later in dienst is getreden bij de zorgverzekeraar. Bovendien is er geen gebruik gemaakt van de getekende machtigingen. De tandheelkundig adviseur komt dus al met al met de schrik vrij.

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat de hulpverlener die een medische machtiging verstuurt of laat versturen ervoor dient te zorgen dat deze voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten. Bij minderjarigen moet de hulpverlener goed controleren of de machtiging moet worden gericht aan de patiënt zelf of aan zijn wettelijk vertegenwoordigers.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 866