Ontslagbesluit voor payrolling

05-01-2015

Per 1 januari 2015 is voor payrolling het ontslagbesluit aangepast. Payrollwerknemers krijgen bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst dezelfde ontslagbescherming als de eigen werknemers van de inlenende werkgever. Bij het eindigen van de inleenopdracht moet de payrollwerkgever hen afspiegelen over de werknemerspopulatie van de inlener.

 

Payrollconstructie

De constructie van payrolling betreft drie partijen: de werknemer, het payrollbedrijf als werkgever en inlener. De werknemer is geworven door de inlener zelf, wat het onderscheidende verschil is met een uitzendconstructie: daar werft het uitzendbureau de werknemer en niet de inlener. Vervolgens wordt de werknemer uitgeleend aan de opdrachtgever.

 

Ontslag

Voorheen leidde de beëindiging van de inlening van de werknemer tot een aanvraag van een ontslagvergunning bij het UWV door het payrollbedrijf wegens een verlies van plek voor de werknemer. De Beleidsregels ontslagtaak UWV eiste slechts dat het payrollbedrijf aannemelijk maakte dat opdrachtgever de payrollopdracht heeft beëindigd.

 

Wijzigingen

Voor payrollconstructies die ontstaan na 1 januari 2015 is de beëindiging van een payrollovereenkomst onvoldoende grond voor ontslag. Toestemming om op te zeggen wordt slechts verleend:

 

  • als de aanvraag is gebaseerd op het onvoldoende functioneren: indien dit op gelijke wijze wordt beoordeeld als bij de eigen werknemers bij de inlener;
     
  • als de aanvraag is gebaseerd op bedrijfseconomische redenen: met toepassing van het afspiegelingsbeginsel over de categorie uitwisselbare functies bij de inlener (niet bij het payrollbedrijf).

 

26 weken

Bij ontslag van de payrollwerknemer op grond van bedrijfseconomische redenen hanteert het UWV de 26-wekenclausule: de opdrachtgever is verplicht bij het vrijkomen van een vacature voor dezelfde werkzaamheden binnen 26 weken deze vacature aan te bieden aan desbetreffende werknemer, al dan niet door tussenkomst van de payrollwerkgever.

 

Tot slot

De verwachting bestaat dat payrollwerkgevers de gevolgen van deze wijziging zullen willen regelen in de overeenkomsten met de inleners. Het laat zich aanzien dat payrolling dan een stuk minder interessante optie is.

 

Mr. Bas van Dis

ls.vandis@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 869