Home Vanaf 1 januari 2027 verplichte regionale samenwerking in de jeugdzorg

Vanaf 1 januari 2027 verplichte regionale samenwerking in de jeugdzorg

Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg worden nieuwe verplichtingen in het leven geroepen voor regionale samenwerking. Tot 1 januari 2026 waren gemeenten verplicht tot regionale samenwerking op grond van art. 2.8 Jeugdwet. Daar was bepaald dat gemeenten verplicht waren om samen te werken indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet was aangewezen. Er waren geen verdere eisen gesteld aan de inhoud en de schaal van de samenwerking.

In de Hervormingsagenda Jeugd is aangegeven dat de inkoop op regionaal niveau te vrijblijvend georganiseerd was, waardoor het zicht op de beschikbaarheid van (hoog)gespecialiseerde jeugdzorgvormen onvoldoende is en er bij problemen met de beschikbaarheid onvoldoende instrumenten zijn om in te grijpen. De aanpassingen in de Jeugdwet zijn een vervolg op de bestuurlijke afspraken die hierover met de Hervormingsagenda Jeugd zijn gemaakt.

Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2027 verplicht om ten aanzien van het op (minimaal) regionaal niveau contracteren en subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en bepaalde vormen van jeugdhulp (ook wel specialistische jeugdzorg). 

Deze nieuwe samenwerkingsverplichtingen voor de gemeenten worden neergelegd in een nieuwe paragraaf in de Jeugdwet (§ 2.2 Jeugdwet, art. 2.16 t/m 2.23). Deze bepalingen hebben tot doel om de (regionale) samenwerking tussen gemeenten te verbeteren en de beschikbaarheid van de specialistische hulphulp te bevorderen.

De belangrijke samenwerkingsverplichtingen zijn:

1 Verplichte indeling van gemeenten in regio’s

    Gemeenten worden verplicht om regionaal samen te werken. Ten behoeve van deze regionale samenwerking worden de gemeenten in 42 regio’s ingedeeld. Deze regio’s volgen uit het Besluit Jeugdwet. Deze indeling sluit aan bij de afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd.

    2 Verplichte instelling of aanwijzing van een Jeugdregio

    De colleges van de gemeenten in een aangewezen regio moeten voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdhulp een gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Bij die gemeenschappelijke regeling moet worden voorzien in de instelling of aanwijzing van een regionale entiteit: de Jeugdregio. Gemeenten die in een bepaalde regio ten behoeve van de uitvoering van de Jeugdwet al een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen en daarin hebben voorzien in de instelling of aanwijzing van een regionale entiteit op het moment van inwerkingtreding, hoeven geen nieuwe Jeugdregio aan te stellen of aan te wijzen. Zij kunnen hun Jeugdregio behouden indien de getroffen gemeenschappelijke regeling in lijn is met de regio-indeling die in het Besluit Jeugdwet wordt vastgelegd.

    3 Opdragen werkzaamheden aan de Jeugdregio’s

    De colleges zijn verplicht om de Jeugdregio tenminste met de volgende werkzaamheden te belasten:

    1. Het regionaal contracteren/subsidiëren gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en het contracteren/subsidiëren van bepaalde vormen van jeugdhulp. Welke vormen van jeugdhulp is in het Besluit Jeugdwet bepaald.
    2. Het uitvoeren van bepaalde administratieve processen die horen bij die contractering of subsidiëring. Dit wordt nader uitgewerkt in een ministeriele regeling en ziet in ieder geval op monitoring en relatiemanagement; afspraken over door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan te leveren gegevens.
    3. Afstemmen met andere Jeugdregio’s of colleges van regio’s ten behoeve van het bevorderen van een toereikend van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en van de in het Besluit Jeugdwet genoemde vormen van jeugdhulp.
    4. De organisatie van regionale expertteams. Een regionaal expertteam is een team van jeugdhulpverleners, kan voor meerdere regio’s werkzaam zijn en adviseert desgevraagd over passende jeugdhulp voor jeugdigen met complexe problemen. 

    4 Mogelijkheid van het opleggen van landelijke contractering

    Gemeenten kunnen worden verplicht om op landelijke schaal samen te werken om een toereikend aanbod van bepaalde jeugdhulpvormen te bevorderen. Concreet wordt dan een verplichting tot landelijke contractering opgelegd. Uit de toelichting volgt dat het opleggen van deze in de praktijk alleen aan de orde zal zijn indien de uitvoering van bestuurlijke afspraken en het overige wettelijke instrumentarium niet voldoende is gebleken.

    5 Vaststellen van een regiovisie

    Gemeenten zijn op dit moment al verplicht om een gemeentelijk beleidsplan op te stellen (art. 2.2 Jeugdwet). Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg wordt toegevoegd dat de regiovisie onderdeel wordt van dit gemeentelijke beleidsplan. Met deze regiovisie dient de gemeente haar visie te geven op hoe de gemeente met inachtneming van de samenwerkingsverplichtingen van § 2.2 Jeugdwet met andere gemeenten samenwerkt in het kader van het bevorderen dat er een toereikend aanbod is van specialistische jeugdhulp.

    In de regiovisie moet in ieder geval aandacht worden besteed aan de volgende onderwerpen:

    • Een voorziening waarmee inspraak mogelijk wordt gemaakt voor jeugdigen en diens wettelijk vertegenwoordigers;
    • De wijze waarop de gemeenten in de regio samen met jeugdhulpaanbieders en professionals in algemene zin afstemmen over schaarste van bepaalde vormen van jeugdhulp;
    • De aanpak van wachttijden en de wijze waarop de gemeenten in de regio samen met de jeugdhulpaanbieders maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren;
    • De wijze waarop (de afstemming en) verbinding wordt geborgd tussen de gecontracteerde/gesubsidieerde jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de vormen van jeugdhulp die zijn gecontracteerd door een door alle gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie en waarbij alle gemeenten in de regio uitsluitend gebruikmaken van dat landelijk gecontracteerde aanbod; de vormen van jeugdhulp die door de colleges worden gecontracteerd of gesubsidieerd; jeugdgezondheidszorg zoals bedoeld in de Wpg; Zvw- of Wlz-zorg; maatschappelijke ondersteuning; en onderwijsondersteuning;
    • De wijze waarop wordt voorzien in regionale expertteams.

    Door de wetgever is toegelicht dat bij het opstellen van de regiovisie bijvoorbeeld gekeken kan worden naar de handreiking van het Nederlands Jeugd instituut waarin zij ingaat op de ontwikkeling van essentiële functies en expertises in het jeugdzorglandschap en een door de VNG in het kader van de NvO opgestelde routekaart.

    Wat betekent dit voor reeds bestaande contracten/subsidies?

    Wanneer op 1 januari 2027 de verplichting om de Jeugdregio te belasten met het contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de in het Besluit Jeugdwet genoemde vormen van jeugdhulp inwerking treedt, zullen er voor dezelfde zorgvormen hoogstwaarschijnlijk nog contracten of subsidies lopen die zijn afgesloten door individuele gemeenten. Voor al afgesloten contacten en verleende subsidies geldt daarom een overgangsperiode.

    Reeds bestaande contracten of subsidies blijven geldig tot het einde van hun looptijd en dus onder het oude recht. Van belang is dat dit niet geldt voor (overeengekomen) verlengingen van contracten. Bij een verlenging gelden wel de nieuwe regels.


    Nieuwsbrief

    Altijd up to date?

    Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

    Scroll naar boven