HomeBedrijfsarts op de korrel, maar gered door het tucht(proces)recht.

Bedrijfsarts op de korrel, maar gered door het tucht(proces)recht.

image description

Centraal tuchtcollege, 26 oktober 2021

ECLI:NL:TGZCTG:2021:176

De klager/werknemer in deze tuchtzaak meldt zich twee keer kort na elkaar ziek. De verweerder/bedrijfsarts in deze zaak begeleidt de werknemer bij het ziekteproces. De werknemer heeft al drie eerdere tuchtzaken tegen de bedrijfsarts aangespannen. De tuchtrechter heeft daarbij alle klachten ongegrond verklaard. In deze vierde tuchtzaak stelt de werknemer dat de bedrijfsarts in de eerdere tuchtzaken bedrog heeft gepleegd, een valse verklaring heeft afgelegd en geen invulling heeft gegeven aan de afspraak dat tussen werkgever en werknemer een spoor 2 traject was afgesproken.

De Voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege (RTG) overweegt dat de bedrijfsarts in de voorgaande tuchtprocedures bij de begeleiding van de werknemer abusievelijk de term ‘tweede spoor’ heeft gebruikt, terwijl hiervan strik genomen geen sprake was. Hierover is reeds voor het RTG geoordeeld dat het gebruik van deze verkeerde terminologie niet dusdanig ernstig was, dat de bedrijfsarts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu het effect van het traject door de onjuiste aanduiding niet is veranderd. Nu probeert de werknemer met het verwijt dat de bedrijfsarts ‘bedrog’ heeft gepleegd door het traject (eerder) aan te duiden als een spoor 2 traject dit verwijt opnieuw aan het tuchtcollege voor te leggen. Gelet op het Ne bis in idem-beginsel dient de werknemer echter niet ontvankelijk te worden verklaard in deze klacht, nu hierover reeds is geoordeeld. De werknemer gaat – het kan ook bijna niet anders? – in beroep c.q. vraagt om herziening bij het Centraal Tuchtcollege (CTG). Het CTG verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn beroep en verwerpt dit voor het overige.

Deze uitspraak bevat een viertal interessante procesrechtelijke uitgangspunten.

In de eerste plaats wordt toepassing gegeven aan artikel 51 wet BIG. In dit artikel is  bepaald, dat een handelen of nalaten ten aanzien waarvan reeds een onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen, niet opnieuw kan leiden tot tuchtrechtelijke berechting. Dit is het zogenaamde ‘Ne bis in idem’-beginsel. Anders gezegd: over dezelfde feiten en omstandigheden kan niet voor een tweede keer bij de tuchtrechter geklaagd, ook al worden deze in een ander jasje gestoken.

In de tweede plaats komt aan de orde, dat een klager in een beroepsprocedure alleen die klachten ter beoordeling aan het CTG kan voorleggen die in eerste aanleg door het RTG zijn beoordeeld en dan alleen voor zover hij in die klachten door het RTG niet-ontvankelijk is verklaard of als zijn klachten zijn afgewezen. Dit betekent dat wanneer in beroep nieuwe klachtonderdelen worden aangevoerd, de klager daarin niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Anders gezegd: de beklaagde partij heeft recht op een beoordeling van de klacht in twee instanties.

In de derde plaats overweegt het CTG dat een herzieningsverzoek zoals bepaald in artikel 52 wet BIG een buitengewoon rechtsmiddel is dat kan worden ingesteld als het gewone rechtsmiddel (hoger beroep) niet meer kan worden benut. Herziening is niet aan een termijn gebonden. Door herziening kunnen beslissingen in het nadeel van de aangeklaagde aan wie een maatregel was opgelegd, worden hersteld. Nu in deze zaak aan de bedrijfsarts geen maatregel was opgelegd kan van een herzieningsverzoek dan ook geen sprake zijn. Anders gezegd: een herzieningsverzoek komt alleen aan een beklaagde toe aan wie een maatregel is opgelegd en als sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die, indien eerder bekend, naar ernstig vermoeden tot een andere beoordeling door de tuchtrechter zouden hebben geleid.

In de vierde plaats is in deze zaak toepassing gegeven aan artikel 67a wet BIG. Dit artikel biedt de voorzitter van het RTG de mogelijkheid om zonder zitting van het gehele college een klacht kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren.

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat de beklaagde partij in een tuchtzaak wordt beschermd tegen repeat-players en klagers die dezelfde klacht telkens (iets) anders geformuleerd opnieuw aan de tuchtrechter proberen voor te leggen. Klagen bij de tuchtrechter is weliswaar laagdrempelig, maar toch ook aan regels gebonden.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.