HomeDe arts-assistent bij de tuchtrechter (handle with care)

De arts-assistent bij de tuchtrechter (handle with care)

image description

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle, 21 augustus 2020

ECLI:NL:TGZRZWO:2020:90

Hoe beoordeelt de tuchtrechter een klacht tegen een beginnend arts-assistent?

Een arts-assistent in het eerste jaar van haar opleiding tot gynaecoloog staat onder supervisie van een ervaren gynaecoloog. De arts-assistent begeleidt een patiënte bij wie sprake is van een risico zwangerschap vanwege groeivertraging en afwijkende echo-uitslagen. De arts-assistent raadpleegt haar supervisor achtereenvolgens drie keer over a) een sub-optimaal CTG, b) angst- en onrustklachten en c) rug- en pijnklachten. De supervisor ziet a) geen aanleiding het beleid te wijzigen, b) besluit tot voortzetting van het afwachtende beleid en c) geeft in het laatste contact opdracht tot het geven van extra pijnstilling. Kort na de overdracht van de dienst van de arts-assistent besluit de gynaecoloog tot een spoedkeizersnede waarbij ondanks reanimatie het kindje komt te overlijden.

De patiënte dient een klacht in tegen de arts-assistent en stelt dat sprake is van nalatig, onprofessioneel handelen.
Het tuchtcollege geeft een fraaie motivering op welke wijze het handelen van een arts-assistent tuchtrechtelijk wordt getoetst. In beginsel zijn het handelen en nalaten van zowel de supervisor als de arts-assistent, beiden ingeschreven in het BIG-register, vatbaar voor tuchtrechtelijke toetsing. Het is een supervisor toegestaan handelingen over te laten aan een arts-assistent in opleiding. Bij de beoordeling van de vraag welke handelingen in welke fase van de opleiding overgelaten kunnen worden aan een arts-assistent om verricht te worden onder het toeziend oog van de supervisor, dan wel met de supervisor als achterwacht op afroep beschikbaar, moet een doorslaggevende rol worden toegekend aan de inschatting die de supervisor mag hebben van de ervaring en vaardigheid van de arts-assistent. Indien de arts-assistent geen of onvoldoende ervaring heeft die is vereist voor het zelfstandig verrichten van bepaalde handelingen, moet de supervisor met dat gemis aan bekwaamheid rekening houden door de arts-assistent de bedoelde handelingen nog niet zelfstandig te laten verrichten of door het gemis aan ervaring zelf op enigerlei wijze te compenseren door toezicht of tussenkomst. De supervisor kan slechts opdracht geven tot het zelfstandig verrichten van een heelkundige behandeling in de zin van de Wet BIG, indien hij redelijkerwijs mag aannemen dat de arts-assistent bevoegd en bekwaam is tot het verrichten van die handeling, de supervisor indien nodig aanwijzingen kan geven en zijn toezicht en eventuele tussenkomst verzekerd zijn. Eén en ander heeft tot gevolg dat bij aanvang van de opleiding een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de arts-assistent in opleiding op de schouders van de supervisor drukt, terwijl naarmate er meer aan de arts-assistent kan worden toevertrouwd gaandeweg de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid wordt gedeeld tussen supervisor en arts-assistent, terwijl aan het eind van de opleiding deze verantwoordelijkheid vrijwel geheel op de schouders van de assistent in opleiding zal komen te rusten.

Afgezet tegen deze maatstaf komt het tuchtcollege tot de conclusie dat de arts-assistent, die het begin van haar opleiding stond, zich bewust was van de risico’s die de patiënte liep, de patiënte zelf regelmatig heeft bezocht en telkens overleg heeft gepleegd met haar supervisor. De arts-assistent kan niet worden verweten dat zij zich reeds aan het begin van haar dienst had moeten realiseren dat het eerder die dag ten aanzien van de patiënte ingezette beleid – achteraf gezien – niet juist was. Het college stelt ook vast dat de arts-assistent passend heeft gereflecteerd. De klacht wordt als ongegrond afgewezen.

Deze uitspraak laat zien, dat een (beginnend) arts-assistent weliswaar is onderworpen aan het wettelijk tuchtrecht, maar dat een juiste invulling van taken en opdrachten en met name het tijdig en regelmatig overleg voeren met de supervisor belangrijk zijn bij het achteraf afleggen van verantwoording. Bewust zijn van de grenzen van eigen kennis en kunde is – net als het vermogen om te reflecteren – is (voor iedere arts!) een belangrijke eigenschap adequaat te kunnen functioneren. Als een supervisor duidelijke grenzen aangeeft, kan de arts-assistent zich daarbinnen veilig bewegen.

Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!
  • Wanneer je op aanmelden drukt ga je akkoord met ons Privacy Statement.