Home Eerlijkheid duurt het langst

Eerlijkheid duurt het langst

Op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Dat schending daarvan serieuze consequenties kan hebben, blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

In deze zaak staat een aanrijding centraal die op 2 maart 2024 heeft plaatsgevonden tussen een Mercedes en een BMW. Eiser in deze zaak is de eigenaar van de Mercedes. Het was echter zijn zoon die de Mercedes bestuurde bij de aanrijding. Bij de zoon werd 1,5 uur na de aanrijding een alcoholcontrole uitgevoerd en in zijn adem werd 1,0 promille meer alcohol gemeten dan wettelijk is toegestaan.  

Eiser is van mening dat de aanrijding is veroorzaakt door een verkeersfout van de BMW en vordert in deze procedure onder meer dat de WAM-verzekeraar van de BMW de autoschade van de Mercedes ad € 33.605,= moet vergoeden. De rechtbank heeft de vordering evenwel afgewezen, omdat eiser – aldus de rechtbank – in strijd heeft gehandeld met de waarheids- en volledigheidsplicht van artikel 21 Rv.

Bij de beoordeling van de schending van de waarheids- en volledigheidsplicht acht de rechtbank het allereerst relevant dat pas op één van de mondelinge behandelingen vast is komen te staan dat ten tijde van de aanrijding de zoon van eiser de bestuurder was van de Mercedes en dus niet eiser zelf. Pas bij de tweede mondelinge behandeling werd het de rechtbank duidelijk dat de zoon onder invloed van alcohol had gereden. Ook is toen pas vast komen te staan dat de Mercedes allrisk was verzekerd en dat er op die polis naar aanleiding van de aanrijding een claim is ingediend en dat de claim is afgewezen vanwege het feit dat de zoon onder invloed van alcohol heeft gereden. Géén van deze feiten is in de dagvaarding vermeld en evenmin zijn van deze feiten stukken overgelegd bij de dagvaarding.

Toen de rechtbank op de mondelinge behandeling aan de de zoon van eiser vroeg of zijn vader ervan wist dat de zoon onder invloed van alcohol had gereden, verklaarde de zoon dat zijn vader dat wel wist. Dit terwijl eiser in zijn conclusie van antwoord in het incident, betwistte dat de bestuurder van zijn Mercedes onder invloed had gereden en in een nader door eiser genomen akte staat dat eiser zelf geen kennis had van de aanrijding en de omstandigheden daarvan.

Op basis van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat in ieder geval duidelijk is geworden dat door eiser feiten zijn gesteld waarvan hij wist dat die niet juist zijn. Ook oordeelt de rechtbank dat eiser feiten heeft achtergehouden, in het bijzonder over het rijden onder invloed door de bestuurder van Mercedes – zijn zoon – en de afwijzing van de schadeclaim door ABN AMRO vanwege dit feit. Dat deze informatie en de bijbehorende stukken niet in de dagvaarding zijn vermeld maar pas zijn gegeven na uitvoerig verweer in het incident dat de WAM-verzekeraar was begonnen en waarin de WAM-verzekeraar om de informatie en de stukken vroeg, levert naar het oordeel van de rechtbank een ernstige schending van de waarheids- en volledigheidsplicht op.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de zij in een civiele procedure in hoge mate afhankelijk is van de informatie van partijen en moet kunnen uitgaan van de juistheid en volledigheid van die informatie. In dit licht is de rechtbank van oordeel dat eiser in ernstige mate in strijd met doel en strekking van artikel 21 Rv heeft gehandeld en daarin heeft volhard, zodat de enig passende gevolgtrekking is dat zonder verdere inhoudelijke beoordeling de vorderingen worden afgewezen.


Nieuwsbrief

Altijd up to date?

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Schrijf je in!

Scroll naar boven